De God nu des vredes,:
Met dit gebed besluit de apostel naar zijn gewoonte den brief, en noemt God een God des vredes, gelijk Rom. 15:33, en Rom. 16:20; 2 Cor. 13:11; ten aanzien van het Evangelie des vredes, waardoor ons vrede met God en de mensen wordt verkondigd en inderdaad medegedeeld. Zie Luk. 2:14; Rom. 5:1; Ef. 2:14,15.