de mate des geloofs;:
Grieks, analogian; waardoor verstaan wordt, òf de mate van kennis, die iemand van God gegeven is, gelijk Rom. 12:3, en Ef. 4:7, òf de gelijkmatigheid en overeenkomstig der hoofdstukken van de Christelijke leer, klaarlijk uitgedrukt in Gods Woord en in de artikelen des geloofs, die als een regel zijn, naar welken alle uitleggingen der Heilige Schrift moeten gedaan worden.