stichting:
Ene gelijkenis, genomen van het opbouwen van een huis of tempel; dat is, laat ons trachten naar hetgeen waardoor de kerk Gods, die het huis is des levenden Gods, 1 Tim. 3:15, en Hebr. 3:6 mag opgebouwd en gesticht worden; Matth. 16:18; 1 Cor. 3:9; 2 Cor. 13:10; Ef. 4:12; 1 Tim. 1:4.