Home Introduction Persons Geogr. Sources Events Mijn blog(Nederlands)
Religion Subjects Images Queries Links Contact Do not fly Iberia
This is a non-commercial site. Any revenues from Google ads are used to improve the site.

Custom Search
Quote of the day: He called into his service twelve lictor
Notes
Display Latin text
Display Dutch text
The Gallic War (De Bello Gallico) by Julius Caesar
Translated by Alfred John Church and William Jackson Brodribb
Book VI Chapter 10: Revolt of the Gauls. Caesar and the Suevi.[53 BC]
Next chapter
Return to index
Previous chapter
In the mean time he [note 1] is informed by the Ubii, a few days after, that the Suevi are drawing all their forces into one place, and are giving orders to those nations which are under their government to send auxiliaries of infantry and of cavalry. Having learned these things, he provides a supply of corn, selects a proper place for his camp, and commands the Ubii to drive off their cattle and carry away all their possessions from the country parts into the towns, hoping that they, being a barbarous and ignorant people, when harassed by the want of provisions, might be brought to an engagement on disadvantageous terms: he orders them to send numerous scouts among the Suevi, and learn what things are going on among them. They execute the orders, and, a few days having intervened, report that all the Suevi, after certain intelligence concerning the army of the Romans had come, retreated with all their own forces and those of their allies, which they had assembled, to the utmost extremities of their territories: that there is a wood there of very great extent, which is called Bacenis; that this stretches a great way into the interior, and, being opposed as a natural barrier, defends from injuries and incursions the Cherusci against the Suevi, and the Suevi against the Cherusci: that at the entrance of that forest the Suevi had determined to await the coming up of the Romans.

Note 1: he = Julius Caesar

Event: Revolt of the Gauls

Caesar en de Sueben.

Na enkele dagen werd hij ondertussen door de Ubirs ervan op de hoogte gebracht dat alle Sueben hun troepen naar n plek samentrokken en die stammen die onder hun zeggenschap waren bevalen om hulptroepen in de vorm van voetvolk en ruiterij te sturen. Toen hij dit had vernomen regelde hij de bevoorrading, koos een geschikte plaats uit voor een legerkamp. Hij gelastte de Ubirs om hun vee in veiligheid te brengen en al hun bezittingen van het land naar hun dorpen samen te brengen, in de hoop dat de onbeschaafde en onervaren mensen uit gebrek aan levensmiddelen tot een slag onder ongunstige omstandigheden konden worden verleid. Hij droeg hen op talrijke verspieders naar de Sueben te sturen en uit te zoeken wat er bij hen speelde. Zij deden wat hen was bevolen en rapporteerden na het verstrijken van enkele dagen: "Alle Sueben hebben zich, nadat tamelijk betrouwbare berichten over het leger van de Romeinen tot hen waren gekomen, samen met al hun troepen en die van hun bondgenoten die zij hadden bijeengebracht, teruggetrokken helemaal tot aan hun uiterste grensgebied. Daar bevond zich een oneindig groot bos, Bacenis geheten; dit strekte zich ver landinwaarts uit en weerhield, omdat het als een natuurlijke wal in de weg lag, de Cherusken en de Sueben van onrechtvaardigheden en invallen over en weer. De Sueben hadden besloten om bij het begin van dit bos de komst van de Romeinen af te wachten."