Home Introduction Persons Geogr. Sources Events Mijn blog(Nederlands)
Religion Subjects Images Queries Links Contact Do not fly Iberia
This is a non-commercial site. Any revenues from Google ads are used to improve the site.

Custom Search
Quote of the day: All I can say is this, that neither in A
Notes
Display Latin text
Display Dutch text


Ovid XIV Chapter 11: 512-526 The creation of the wild olive
Next chapter
Return to index
Previous chapter
So said Diomede, grandson of Oeneus of Calydon. Venulus left that kingdom passing the Peucetian valleys, and the fields of Messapia. Here he came across a cave, dark with trees, and masked by slender reeds, that now is held by the goat-god Pan, but once was held by the nymphs. A shepherd from that region of Apulia scared them to flight, at first, suddenly inspiring terror in them. When they had collected their wits, scornful of their pursuer, they returned to their dancing, feet skipping to the measure. The shepherd mocked them, leaping wildly in imitation, and adding foul language, with coarse abuse. Nor was his mouth silent till tree-bark imprisoned his throat: he is indeed a tree: you may know its character, by the taste of its fruit that bears the mark of his speech in the wild olives' bitterness. The sharpness of his words has entered them. Venulus had begrepen dat Diomedes niet wilde meewerken aan Turnus’ plan, dus zei hij diens rijk vaarwel en reisde door naar Percutia en kwam in het gebied van de Messapiërs.

Onderweg zag Venulus een grot, beschaduwd door een dicht bos en heen en weer zwiepend riet. Deze grot werd nu bewoond door Pan, de god met bokkenpoten, maar vroeger werd ze bewoond door nimfen die uit Apulië waren gevlucht voor een herder. Hij had hen eerst zeer bang gemaakt, maar toen ze van de eerste schrik bekomen waren, merkten ze dat hij eigenlijk vredelievend was. Toch bleef hij hen volgen als ze lichtvoetig ronddansten, waarop hij hen belachelijk maakte door met plompe sprongen mee te dansen en obscene woorden naar hun hoofd te slingeren. Hij hield pas zijn mond toen zijn keelgat door een oleaster werd omsloten, de oleaster die ons met zijn bitter sap zijn ware aard laat zien: de bitter smakende vruchten herinneren nog steeds aan zijn woorden…