Home Introduction Persons Geogr. Sources Events Mijn blog(Nederlands)
Religion Subjects Images Queries Links Contact Do not fly Iberia
This is a non-commercial site. Any revenues from Google ads are used to improve the site.

Custom Search
Quote of the day: He was looked up to with reverence for h
Notes
Display Latin text
Display Dutch text


Ovid XV Chapter 2: 60-142 Pythagoras' Teachings: Vegetarianism
Next chapter
Return to index
Previous chapter
There was a man here, Pythagoras, a Samian by birth, who had fled Samos and its rulers, and, hating their tyranny, was living in voluntary exile. Though the gods were far away, he visited their region of the sky, in his mind, and what nature denied to human vision he enjoyed with his inner eye. When he had considered every subject through concentrated thought, he communicated it widely in public teaching the silent crowds, who listened in wonder to his words, concerning the origin of the vast universe, and of the causes of things; and what the physical world is; what the gods are; where the snows arise; what the origin of lightning is; whether Jupiter, or the storm-winds, thunder from colliding clouds; what shakes the earth; by what laws the stars move; and whatever else is hidden; and he was the first to denounce the serving of animal flesh at table; the first voice, wise but not believed in, to say, for example, in words like these : 'Human beings, stop desecrating your bodies with impious foodstuffs. There are crops; there are apples weighing down the branches; and ripening grapes on the vines; there are flavoursome herbs; and those that can be rendered mild and gentle over the flames; and you do not lack flowing milk; or honey fragrant from the flowering thyme. The earth, prodigal of its wealth, supplies you with gentle sustenance, and offers you food without killing or shedding blood. Flesh satisfies the wild beast's hunger, though not all of them, since horses, sheep and cattle live on grasses, but those that are wild and savage: Armenian tigers, raging lions, and wolves and bears, enjoy food wet with blood. Oh, how wrong it is for flesh to be made from flesh; for a greedy body to fatten, by swallowing another body; for one creature to live by the death of another creature! So amongst such riches, that earth, the greatest of mothers, yields, you are not happy unless you tear, with cruel teeth, at pitiful wounds, recalling Cyclops's practice, and you cannot satisfy your voracious appetite, and your restless hunger, unless you destroy other life! But that former age, that we call golden, was happy with the fruit from the trees, and the herbs the earth produced, and did not defile its lips with blood. Then birds winged their way through the air in safety, and hares wandered, unafraid, among the fields, and its own gullibility did not hook the fish: all was free from trickery, and fearless of any guile, and filled with peace. But once someone, whoever he was, the author of something unfitting, envied the lion's prey, and stuffed his greedy belly with fleshy food, he paved the way for crime. It may be that, from the first, weapons were warm and bloodstained from the killing of wild beasts, but that would have been enough: I admit that creatures that seek our destruction may be killed without it being a sin, but while they may be killed, they still should not be eaten. From that, the wickedness spread further, and it is thought that the pig was first considered to merit slaughter because it rooted up the seeds with its broad snout, and destroyed all hope of harvest. The goat was led to death, at the avenging altar, for browsing the vines of Bacchus. These two suffered for their crimes! What did you sheep do, tranquil flocks, born to serve man, who bring us sweet milk in full udders, who give us your wool to make soft clothing, who give us more by your life than you grant us by dying? What have the oxen done, without guile or deceit, harmless, simple, born to endure labour? He is truly thankless, and not worthy of the gift of corn, who could, in a moment, remove the weight of the curved plough, and kill his labourer, striking that work-worn neck with his axe, that has helped turn the hard earth as many times as the earth yielded harvest. It is not enough to have committed such wickedness: they involve the gods in crime, and believe that the gods above delight in the slaughter of suffering oxen! A victim of outstanding beauty, and without blemish (since to be pleasing is harmful), distinguished by sacrificial ribbons and gold, is positioned in front of the altar, and listens, unknowingly, to the prayers, and sees the corn it has laboured to produce, scattered between its horns, and, struck down, stains with blood those knives that it has already caught sight of perhaps, reflected in the clear water. Immediately they inspect the lungs, ripped from the still-living chest, and from them find out the will of the gods. On this (so great is man's hunger for forbidden food) you feed, O human race! Do not, I beg you, and concentrate your minds on my admonitions! When you place the flesh of slaughtered cattle in your mouths, know and feel, that you are devouring your fellow-creature.' In Croton leefde de Griekse filosoof Pythagoras. Hij was Samos en Samos’ tirannie ontvlucht. Hij had voor ballingschap gekozen uit afkeer van de alleenheerschappij... Pythagoras’ gedachten waren groot, hij zag dingen die van nature niet aan mensenblikken gegund waren. Toen zijn studie over het heelal beëindigd was, ging hij mensen daarover onderwijzen. Zwijgend en diep geboeid door wat hij zei, vernamen zijn leerlingen de oorsprong van het heelal en leerden ze over de natuur en haar bestel.

Ze leerden wat goden zijn, waar sneeuw vandaan komt en over het ontstaan van bliksem, of het Jupiter is die met wolken dreunt en dondert of de wind. Hij toonde hun aan waardoor de aarde schokt, zo ook de loop en de regelmaat van de sterren, kortom zowat alles wat nog verborgen was. Hij was de eerste die het eten van dierenvlees veroordeelde, hij als eerste gaf deze wijze, maar niet goed verstaanbare les:

"Mensen! Bezoedel je rein lichaam niet meer met misdadig voedsel. Er is graan en er is fruit in overvloed. Er zijn druiven die in de zon aan wijnstokken zwellen. Hoeveel malse gewassen en groenten kunnen we niet zacht stoven of koken. Niemand heeft een tekort aan roomwitte melk of honing met de bloesemgeur van tijm. Moeder aarde schenkt ons rijke oogsten, eetbaar voedsel en tafels vol met spijzen. We hebben daar geen bloedvergieten en moord voor nodig! De meeste dieren die honger voelen eten grassen: zo heb je paarden, runderen en schapen. Alleen wilde, ontembare dieren zoals de Armeense tijgers, woeste leeuwen, beren en wolven houden van maaltijden waar het bloed moet vloeien.

Het is een misdaad je eigen pens met pens te vullen, je eigen vlees te spekken met het vlees van anderen. Het is gruwelijk om zelf te leven door andere levende wezens te vermoorden! De aarde schenkt ons zoveel rijkdom en toch willen we onze tanden zetten in smakelijke hespen en tekeer gaan als woeste Cyclopen. Men moet de honger van een vraatzuchtige maag niet genezen door een ander dier te doden!

Ooit is er een tijd geweest, de Gouden Eeuw genoemd, waarin we alleen maar Moeder Aarde’s gewassen aten; onze mond was niet besmeurd met bloed. Toen vlogen de vogels nog ongehinderd door de lucht. Een haas huppelde volkomen onbevreesd door het open veld. Een vis bleef niet aan een vishaak hangen. Intriges bestonden niet, men had nog nooit van vals bedrog gehoord, er was alleen maar vrede. Toen werden enkele mensen jaloers op de goden bij het zien van hun offervlees. Sufferds gingen hun maag volproppen met vlees en zo wezen ze de weg naar moord. Van toen af aan verwarmde ieder zwaard zich aan het bloed van dierenoffers en daar ligt de grens.

Goed, beesten die mensen beletten, worden doodgeschoten, maar doodschieten kan je niet vergelijken met verorberen! Het ging van kwaad naar erger: men beweerde dat het eerst geslachte zwijn zijn dood verdiend had, omdat het met zijn snuit naar zaad gewroet had en zo de oogst bedorven was. Een bok werd als straf geofferd aan Bacchus omdat de bok een wijnstok vernield had. Deze dieren stierven door eigen schuld, maar waarom worden schapen dan geslacht? Schapen, nuttig en vreedzaam vee, geven uit hun uiers overvloedig veel melk. Door hun wol kan de mens zich in zachte kleding hullen: ze zijn ons nuttiger levend dan dood

Waarom ossen slachten? Het zijn dieren zonder enig kwaad, ze zijn onschadelijk voor een zware last geschapen. De mens is ondankbaar en verdient zijn graanoogst niet als we onze trouwe akkervriend slachten omdat de kromme ploeg hem te zwaar wordt. De nek van de os is afgebeuld door het zware werk, had zo vaak de stugge kluiten omgekeerd en de oogst opgehaald, en toch klieven we hem met de bijl. Het blijft niet bij dit onrecht. Men geeft zelfs de hemel de schuld van dit kwaad, omdat de mens denkt de goden blij te maken met het slachten van een stier.

Het offerdier, een vlekkeloos en prachtig exemplaar wordt bij het altaar neergelegd. Daar getooid met goud en offerlint aanhoort hij gebeden die hij niet kent. De stier krijgt korrels graan over zijn kop gestrooid waar hij zelf voor gezwoegd heeft. Dan kleurt het slachtmes dat hem wondt, rood door bloed. Direct daarna worden zijn ingewanden uit zijn warme lichaam getrokken om daaruit de plannen van de goden te lezen. Waarom waagt de mens daarvan te eten? Is de honger naar verboden voer zo sterk? Daarom: doe het niet en luister naar mijn woorden. Als jullie van het vlees van jullie geslachte ossen wilt gaan proeven, bedenk en voel dan dat jullie op jullie eigen werkvee kauwen!