Home Introduction Persons Geogr. Sources Events Mijn blog(Nederlands)
Religion Subjects Images Queries Links Contact Do not fly Iberia
This is a non-commercial site. Any revenues from Google ads are used to improve the site.

Custom Search
Quote of the day: All I can say is this, that neither in A
Notes
Display Latin text
Display Dutch text


Ovid XV Chapter 7: 259-306 Pythagoras' Teachings:Geological changes
Next chapter
Return to index
Previous chapter
For my part, I [Note 1] would have thought that nothing lasts for long with the same appearance. So the ages changed from gold to iron, and so the fortunes of places have altered. I have seen myself what was once firm land, become the sea: I have seen earth made from the waters: and sea-shells lie far away from the ocean, and an ancient anchor has been found on a mountain-top. The down rush of waters has made what was once a plain into a valley, and hills, by the deluge have been washed to the sea. Marshy land has drained to parched sand, and what was once thirsty ground filled with a marshy pool. Here, Nature generates fresh springs, and there seals them up, and rivers, released by deep earthquakes, burst out or dry up, and sink. So when the Lycus is swallowed by a chasm in the earth, it emerges far off, reborn, from a different source. So, engulfed, flowing as a hidden stream, the mighty Erasinus emerges again, in the fields of Argos. And they say that Mysus, ashamed of its origin and its former banks, now flows elsewhere, as Caicus. Amenanus flows sometimes churning Sicilian sands, at other times dried up, its fountains blocked. Anigrus, once drinkable, now flows with water you would not wish to touch, since, unless we deny all credence to the poets, the bi-formed centaurs washed their wounds there, dealt by the bow of club-bearing Hercules. Is the Hypanis, born in the Scythian mountains, not ruined by bitter salt water, that once was sweet? Antissa, and Pharos, and Phoenician Tyre, were surrounded by sea: of which not one, now, is an island. The former settlers of Leucas lived on a peninsula: now the waves encircle it. Zancle also is said to have been joined to Italy, till the waves washed away the boundary, and the deep sea pushed back the land. If you look for Helice and Buris, cities of Achaia, you will find them under the waters, and sailors are accustomed, even now, to point out the submerged towns with their sunken walls. There is a mound near Troezen, where Pittheus ruled, steep and treeless, that once was the flattest open space on the plain, and now is a mound. For (strange to relate) the wild strength of the winds, imprisoned in dark caves, longing for somewhere to breathe, and struggling in vain to enjoy the freer expanses of sky, since there was no gap at all in their prison, as an exit for their breath, extended and swelled the ground, just as a man inflates a bladder, or a goatskin taken from a twin-horned goat. The swelling remained there, and has the look of a high hill, solidified by long centuries.'

Note 1: I = Pythagoras

Ik geloof dat niets in hetzelfde lichaam blijft bestaan. Bekijk de eeuwen die veranderd zijn van goud naar ijzer. Bemerk hoe vaak de toestand van de aarde gewijzigd is. Ik heb een zee gezien waar vasteland was en ik heb land gezien waar de oceaan was. Ver van de kust vindt men wel eens een mosselschelp en hoog in de bergen vond men oude ankers. Wat ooit vlak was, is nu een dal, gebergten zijn nu velden door de watersnood. Moerasgebieden drogen uit tot zandgrond en wordt een streek die dorst moet lijden, maar nu staan ze weer vol met waterpoelen.

De natuur laat nieuwe bronnen ontstaan en laat oude opdrogen. Rivieren die ooit verdwenen waren door een aardschok, komen weer tot leven en andere drogen uit. Zo is de Lycusstroom verdwenen door een aardspleet en stroomt verder uit een nieuwe opening. De lange Erasinus dringt eerst de aarde binnen, stroomt daarna ondergronds verder en komt weer boven in Argolis. In MysiŽ stroomt de CaÔcus nu heel anders, want hij was zijn bron en oude bedding beu. De Siciliaanse Amenanus stroomt niet altijd, want soms is hij uitgedroogd. Ooit dronk men graag uit de Anigrus, maar nu wil geen mens er nog van proeven sinds Centauren er de pijlwonden van de boog van Hercules in uitspoelden. En denk eens aan de Hypanis, die in het Scythisch bergland stroomt en zoet was, maar nu enkel nog naar bitter zout smaakt.

Ooit werden Antissa, Pharos en Tyrus in FeniciŽ door de zee overspoeld en nu zijn ze zelfs geen eiland meer. Maar Leucas, dat ooit beschouwd was als vasteland, ligt nu diep in de zee. Zancle hing ooit vast aan ItaliŽ, totdat de beide kusten gescheiden werden door zee. Helice en Buris, in Achaea, liggen onder water: zeelui wijzen er nog steeds de stadsruÔnes met hun verdronken muren aan. De heuvelbult, niet ver van Troizen, Pittheusí stad, was vroeger de vlakste vlakte. Nu is ze een steile, kale en boomloze heuvel, want toen de woeste winden weer eens in de aardbol zaten, wilden ze toch graag ergens waaien. Ze worstelden om de lucht te bereiken, maar doordat de aarde nergens een spleet vertoonde en doordat er nergens een uitweg voor hun blaaskracht was, begon de bodem uit te zetten. Het was net zoals men met adem een gedroogde blaas of leren zak van geitenvel kan spannen. Die zwelling bleef als een hoge heuvel zichtbaar en verhardde mettertijd.