Home Introduction Persons Geogr. Sources Events Mijn blog(Nederlands)
Religion Subjects Images Queries Links Contact Do not fly Iberia
This is a non-commercial site. Any revenues from Google ads are used to improve the site.

Custom Search
Quote of the day: But a general survey inclines me to beli
Notes
Display Vulgate text
Display Statenvertaling
The New Testament

First letter of Peter Chapter 4
Next chapter
Return to index
Previous chapter
1 Forasmuch then as Christ hath suffered for us in the flesh, arm yourselves likewise with the same mind: for he that hath suffered in the flesh hath ceased from sin;
2 That he no longer should live the rest of his time in the flesh to the lusts of men, but to the will of God.
3 For the time past of our life may suffice us to have wrought the will of the Gentiles, when we walked in lasciviousness, lusts, excess of wine, revellings, banquetings, and abominable idolatries:
4 Wherein they think it strange that ye run not with them to the same excess of riot, speaking evil of you:
5 Who shall give account to him that is ready to judge the quick and the dead.
6 For for this cause was the gospel preached also to them that are dead, that they might be judged according to men in the flesh, but live according to God in the spirit.
7 But the end of all things is at hand: be ye therefore sober, and watch unto prayer.
8 And above all things have fervent charity among yourselves: for charity shall cover the multitude of sins.
9 Use hospitality one to another without grudging.
10 As every man hath received the gift, even so minister the same one to another, as good stewards of the manifold grace of God.
11 If any man speak, let him speak as the oracles of God; if any man minister, let him do it as of the ability which God giveth: that God in all things may be glorified through Jesus Christ, to whom be praise and dominion for ever and ever. Amen.
12 Beloved, think it not strange concerning the fiery trial which is to try you, as though some strange thing happened unto you:
13 But rejoice, inasmuch as ye are partakers of Christ's sufferings; that, when his glory shall be revealed, ye may be glad also with exceeding joy.
14 If ye be reproached for the name of Christ, happy are ye; for the spirit of glory and of God resteth upon you: on their part he is evil spoken of, but on your part he is glorified.
15 But let none of you suffer as a murderer, or as a thief, or as an evildoer, or as a busybody in other men's matters.
16 Yet if any man suffer as a Christian, let him not be ashamed; but let him glorify God on this behalf.
17 For the time is come that judgment must begin at the house of God: and if it first begin at us, what shall the end be of them that obey not the gospel of God?
18 And if the righteous scarcely be saved, where shall the ungodly and the sinner appear?
19 Wherefore let them that suffer according to the will of God commit the keeping of their souls to him in well doing, as unto a faithful Creator.

1 Petrus 4

1Dewijl dan Christus voor ons in het vlees1) geleden heeft, zo2) wapent gij u ook met dezelfde gedachte, namelijk dat wie in het vlees geleden heeft,4) die heeft opgehouden van de zonde;5)
2Om nu niet meer naar de begeerlijkheden der mensen, maar6) naar den wil van God, den tijd, die overig is in7) het vlees, te leven.
3Want het is ons genoeg, dat wij den voorgaande tijd8) des levens der heidenen wil9) volbracht hebben, en gewandeld hebben in ontuchtigheden, begeerlijkheden, wijnzuiperijen, brasserijen, drinkerijen en gruwelijke afgoderijen;10)
4Waarin zij zich vreemd houden,11) als gij niet medeloopt tot dezelfde uitgieting der overdadigheid, en u lasteren;12)
5Dewelke zullen rekenschap geven Dengene, Die bereid staat om te oordelen de levenden en de doden.13)
6Want daartoe is ook den doden14) het Evangelie15) verkondigd geworden, opdat zij wel zouden geoordeeld worden16) naar den mens in het vlees,18) maar leven zouden19) naar God20) in den geest.21)
7En het einde aller dingen is nabij;22) zijt dan nuchteren, en waakt in de gebeden.
8Maar vooral hebt vurige liefde tot elkander; want de liefde zal menigte van23) zonden bedekken.
9Zijt herbergzaam jegens elkander, zonder murmureren.24)
10Een iegelijk, gelijk hij gave25) ontvangen heeft, alzo bediene hij dezelve aan de anderen, als goede uitdelers der menigerlei genade Gods.
11Indien iemand spreekt, die spreke26) als de woorden Gods;27) indien iemand dient, die diene28) als uit kracht,29) die God verleent; opdat God in allen geprezen worde door Jezus Christus, Welken toekomt de heerlijkheid en de kracht, in alle eeuwigheid. Amen.
12Geliefden, houdt u niet vreemd30) over de hitte der verdrukking31) onder u, die u geschiedt tot verzoeking, alsof u iets vreemds overkwame;
13Maar gelijk gij gemeenschap hebt aan het lijden van Christus,32) alzo verblijdt u;33) opdat gij ook in de openbaring Zijner heerlijkheid u moogt verblijden en verheugen.
14Indien gij gesmaad wordt om den Naam van Christus, zo zijt gij zalig; want de Geest der heerlijkheid,34) en de Geest van God35) rust op u. Wat hen aangaat,36) Hij wordt wel gelasterd,37) maar wat u aangaat, Hij wordt verheerlijkt.38)
15Doch dat niemand van u lijde als een doodslager, of dief, of kwaaddoener,39) of als een, die zich met eens40) anders doen bemoeit;
16Maar indien iemand lijdt als een Christen, die schame zich niet,41) maar verheerlijke God in dezen dele.
17Want het is de tijd, dat het oordeel beginne42) van het huis Gods;43) en indien het eerst van ons begint, welk zal het einde44) zijn dergenen, die het Evangelie van God ongehoorzaam zijn?
18En indien de rechtvaardige nauwelijks zalig45) wordt, waar zal de goddeloze en zondaar46) verschijnen?47)
19Zo dan ook die lijden naar den wil van God, dat zij hun zielen Hem, als den getrouwen Schepper, bevelen met weldoen.