Home Introduction Persons Geogr. Sources Events Mijn blog(Nederlands)
Religion Subjects Images Queries Links Contact Do not fly Iberia
This is a non-commercial site. Any revenues from Google ads are used to improve the site.

Custom Search
Quote of the day: The infirmities of Augustus increased, a
Notes
Display Vulgate text
Display Statenvertaling
The New Testament

Acts chapter 150
Next chapter
Return to index
Previous chapter
Council of Jerusalem

1 And certain men which came down from Judaea taught the brethren, and said, Except ye be circumcised after the manner of Moses, ye cannot be saved.
2 When therefore Paul and Barnabas had no small dissension and disputation with them, they determined that Paul and Barnabas, and certain other of them, should go up to Jerusalem unto the apostles and elders about this question.
3 And being brought on their way by the Church, they passed through Phenice and Samaria, declaring the conversion of the Gentiles: and they caused great joy unto all the brethren.
4 And when they were come to Jerusalem, they were received of the Church, and of the apostles and elders, and they declared all things that God had done with them.
5 But there rose up certain of the sect of the Pharisees which believed, saying, That it was needful to circumcise them, and to command them to keep the law of Moses.
6 And the apostles and elders came together for to consider of this matter.
7 And when there had been much disputing, Peter rose up, and said unto them, Men and brethren, ye know how that a good while ago God made choice among us, that the Gentiles by my mouth should hear the word of the gospel, and believe.
8 And God, which knoweth the hearts, bare them witness, giving them the Holy Ghost, even as he did unto us;
9 And put no difference between us and them, purifying their hearts by faith.
10 Now therefore why tempt ye God, to put a yoke upon the neck of the disciples, which neither our fathers nor we were able to bear?
11 But we believe that through the grace of the LORD Jesus Christ we shall be saved, even as they.
12 Then all the multitude kept silence, and gave audience to Barnabas and Paul, declaring what miracles and wonders God had wrought among the Gentiles by them.
13 And after they had held their peace, James answered, saying, Men and brethren, hearken unto me:
14 Simeon hath declared how God at the first did visit the Gentiles, to take out of them a people for his name.
15 And to this agree the words of the prophets; as it is written,
16 After this I will return, and will build again the tabernacle of David, which is fallen down; and I will build again the ruins thereof, and I will set it up:
17 That the residue of men might seek after the Lord, and all the Gentiles, upon whom my name is called, saith the Lord, who doeth all these things.
18 Known unto God are all his works from the beginning of the world.
(1)
19 Wherefore my sentence is, that we trouble not them, which from among the Gentiles are turned to God:
20 But that we write unto them, that they abstain from pollutions of idols, and from fornication, and from things strangled, and from blood.
21 For Moses of old time hath in every city them that preach him, being read in the synagogues every sabbath day.

Letter to the community of Antioch

22 Then pleased it the apostles and elders with the whole Church, to send chosen men of their own company to Antioch with Paul and Barnabas; namely, Judas surnamed Barsabas and Silas, chief men among the brethren:
23 And they wrote letters by them after this manner; The apostles and elders and brethren send greeting unto the brethren which are of the Gentiles in Antioch and Syria and Cilicia.
24 Forasmuch as we have heard, that certain which went out from us have troubled you with words, subverting your souls, saying, Ye must be circumcised, and keep the law: to whom we gave no such commandment:
25 It seemed good unto us, being assembled with one accord, to send chosen men unto you with our beloved Barnabas and Paul,
26 Men that have hazarded their lives for the name of our Lord Jesus Christ.
27 We have sent therefore Judas and Silas, who shall also tell you the same things by mouth.
28 For it seemed good to the Holy Ghost, and to us, to lay upon you no greater burden than these necessary things;
29 That ye abstain from meats offered to idols, and from blood, and from things strangled, and from fornication: from which if ye keep yourselves, ye shall do well. Fare ye well.
30 So when they were dismissed, they came to Antioch: and when they had gathered the multitude together, they delivered the epistle:
31 Which when they had read, they rejoiced for the consolation.
32 And Judas and Silas, being prophets also themselves, exhorted the brethren with many words, and confirmed them.
33 And after they had tarried there a space, they were let go in peace from the brethren unto the apostles.
34 Notwithstanding it pleased Silas to abide there still.

Quarrel between Paul and Barnabas

35 Paul also and Barnabas continued in Antioch, teaching and preaching the word of the Lord, with many others also.
36 And some days after Paul said unto Barnabas, Let us go again and visit our brethren in every city where we have preached the word of the LORD, and see how they do.
37 And Barnabas determined to take with them John, whose surname was Mark.
38 But Paul thought not good to take him with them, who departed from them from Pamphylia, and went not with them to the work.
39 And the contention was so sharp between them, that they departed asunder one from the other: and so Barnabas took Mark, and sailed unto Cyprus.
40 And Paul chose Silas, and departed, being recommended by the brethren unto the grace of God.
41 And he went through Syria and Cilicia, confirming the Churches.

1: Amos 9:11 af

Events: Council of Jerusalem, Letter to the community of Antioch, Quarrel between Paul and Barnabas

Handelingen 15

1En sommigen, die afgekomen waren van Judea, leerden de broederen, zeggende: Indien gij niet besneden wordt naar de wijze van Mozes, zo kunt gij niet zalig worden.
2Als er dan geen kleine wederstand1) en twisting2) geschiedde bij Paulus en3) Barnabas tegen hen, zo hebben zij geordineerd,4) dat Paulus en Barnabas, en enige anderen uit hen, zouden opgaan tot de apostelen5) en ouderlingen naar Jeruzalem, over deze vraag.6)
3Zij dan, van de Gemeente7) uitgeleid zijnde, reisden door Fenicie en Samarie, verhalende de bekering8) der heidenen; en deden al9) den broederen grote blijdschap aan.
4En te Jeruzalem gekomen zijnde, werden zij ontvangen van de Gemeente, en de apostelen, en de ouderlingen; en zij verkondigden, wat grote dingen God met hen gedaan10) had.
5Maar, zeiden zij,11) er zijn sommigen opgestaan van die van de sekte der12) Farizeen, die gelovig13) zijn geworden, zeggende, dat men hen moet besnijden,14) en gebieden de wet van15) Mozes te onderhouden.
6En de apostelen en de ouderlingen vergaderden16) te zamen, om op deze zaak17) te letten.
7En als daarover grote twisting geschiedde,18) stond Petrus op en zeide tot hen: Mannen broeders, gij weet, dat God van over langen tijd19) onder ons mij verkoren heeft, dat de heidenen door mijn mond het woord des Evangelies zouden horen, en geloven.
8En God, de Kenner der harten, heeft hun getuigenis20) gegeven, hun gevende den Heiligen21) Geest, gelijk als ook ons;
9En heeft geen onderscheid22) gemaakt tussen ons en hen, gereinigd hebbende hun harten door het geloof.
10Nu dan, wat verzoekt gij God, om een juk op23) den hals der discipelen te leggen, hetwelk noch onze vaders, noch wij hebben kunnen dragen?24)
11Maar wij geloven, door de genade van25) den Heere Jezus Christus, zalig te worden, op zulke wijze als ook zij.26)
12En al de menigte27) zweeg stil,28) en zij hoorden Barnabas en Paulus verhalen, wat grote tekenen en wonderen God door hen onder de heidenen gedaan had.
13En nadat deze zwegen,29) antwoordde30) Jakobus,31) zeggende: Mannen broeders, hoort mij.
14Simeon heeft32) verhaald hoe God eerst de heidenen33) heeft bezocht, om34) uit hen een volk aan te nemen door Zijn Naam.35)
15En hiermede stemmen overeen de woorden der profeten, gelijk geschreven is:
16Na dezen zal Ik wederkeren, en weder opbouwen de tabernakel36) van David, die vervallen is, en hetgeen daarvan verbroken is,37) weder opbouwen, en Ik zal denzelven weder oprichten.
17Opdat de overblijvende38) mensen den Heere zoeken, en al de heidenen, over welken Mijn Naam aangeroepen39) is, spreekt de Heere, Die dit alles doet.
18Gode zijn al Zijn werken van eeuwigheid bekend.40)
19Daarom oordeel ik, dat41) men degenen, die uit de heidenen zich tot God bekeren, niet beroere;42)
20Maar hun zal aanschrijven, dat zij zich onthouden van de dingen, die door de afgoden43) besmet zijn, en van hoererij, en44) van het verstikte, en45) van bloed.46)
21Want Mozes heeft er van oude tijden in elke47) stad, die hem prediken, en hij wordt op48) elken sabbat in de synagogen gelezen.
22Toen heeft het den apostelen en den ouderlingen, met de gehele49) Gemeente, goed gedacht, enige mannen uit zich te verkiezen, en met Paulus en Barnabas te zenden naar Antiochie: namelijk Judas, die toegenaamd wordt Barsabas, en Silas, mannen,50) die voorgangers51) waren onder de broeders.
23En zij schreven door hen dit52) navolgende: De apostelen, en de ouderlingen, en de broeders wensen53) den broederen uit de heidenen, die in Antiochie, en Syrie, en Cilicie zijn, zaligheid.54)
24Nademaal wij gehoord hebben, dat sommigen, die van ons55) uitgegaan zijn, u met woorden ontroerd hebben en uw zielen wankelende gemaakt,56) zeggende, dat gij moet besneden worden, en de wet onderhouden;57) welken wij dat niet bevolen hadden;58)
25Zo heeft het ons eendrachtelijk te zamen zijnde, goed gedacht, enige mannen te verkiezen, en tot u te zenden, met onze geliefden, Barnabas en Paulus.
26Mensen, die hun zielen overgegeven hebben59) voor den Naam van onzen Heere Jezus Christus.
27Wij hebben dan Judas en Silas gezonden, die ook met den mond60) hetzelfde zullen verkondigen.
28Want het heeft den Heiligen Geest en ons goed gedacht,61) ulieden geen meerderen62) last op te leggen dan deze noodzakelijke dingen:63)
29Namelijk, dat gij u onthoudt van hetgeen den afgoden64) geofferd is, en van bloed, en van het verstikte, en van hoererij; van welke dingen, indien gij uzelven wacht, zo zult gij weldoen.65) Vaart wel.66)
30Dezen dan, hun afscheid ontvangen hebbende, kwamen te Antiochie; en de menigte67) vergaderd hebbende, gaven zij den brief over.
31En zij, dien gelezen hebbende, verblijdden zich over de vertroosting.68)
32Judas nu en Silas, die ook zelven profeten waren,69) vermaanden de70) broeders met vele woorden, en versterkten hen.71)
33En als zij daar een tijd lang72) vertoefd hadden,73) lieten hen de broeders wederom gaan met vrede,74) tot de apostelen.75)
34Maar het dacht Silas goed aldaar te blijven.
35En Paulus en Barnabas onthielden zich76) te Antiochie, lerende en verkondigende77) met nog vele anderen, het Woord des Heeren.
36En na enige dagen zeide Paulus tot Barnabas: Laat ons nu wederkeren, en bezoeken onze broeders in elke stad, in welke wij het Woord des Heeren verkondigd hebben, hoe zij het hebben.78)
37En Barnabas ried, dat zij79) Johannes, die toegenaamd is Markus, zouden medenemen.
38Maar Paulus achtte billijk,80) dat men dien niet zoude medenemen, die van Pamfylie af van hen was afgeweken, en81) met hen niet was gegaan tot het werk.82)
39Er ontstond dan een verbittering, alzo83) dat zij van elkander gescheiden zijn, en dat Barnabas Markus medenam, en naar Cyprus afscheepte;
40Maar Paulus verkoos Silas,84) en reisde heen, der genade Gods van de broederen bevolen zijnde.85)
41En hij doorreisde Syrie en Cilicie, versterkende de Gemeenten.86)