Home Introduction Persons Geogr. Sources Events Mijn blog(Nederlands)
Religion Subjects Images Queries Links Contact Do not fly Iberia
This is a non-commercial site. Any revenues from Google ads are used to improve the site.

Custom Search
Quote of the day: Nero was the first emperor who needed an
Notes
Display Vulgate text
Display Statenvertaling
The New Testament

Letter to the Hebrews Chapter 13
Next chapter
Return to index
Previous chapter
1 Let brotherly love continue.
2 Be not forgetful to entertain strangers: for thereby some have entertained angels unawares.
3 Remember them that are in bonds, as bound with them; and them which suffer adversity, as being yourselves also in the body.
4 Marriage is honourable in all, and the bed undefiled: but whoremongers and adulterers God will judge
5 Let your conversation be without covetousness; and be content with such things as ye have: for he hath said, I will never leave thee, nor forsake thee.
6 So that we may boldly say, The Lord is my helper, and I will not fear what man shall do unto me.
7 Remember them which have the rule over you, who have spoken unto you the word of God: whose faith follow, considering the end of their conversation.
8 Jesus Christ the same yesterday, and to day, and for ever.
9 Be not carried about with divers and strange doctrines. For it is a good thing that the heart be established with grace; not with meats, which have not profited them that have been occupied therein.
10 We have an altar, whereof they have no right to eat which serve the tabernacle.
11 For the bodies of those beasts, whose blood is brought into the sanctuary by the high High Priest for sin, are burned without the camp.
12 Wherefore Jesus also, that he might sanctify the people with his own blood, suffered without the gate.
13 Let us go forth therefore unto him without the camp, bearing his reproach.
14 For here have we no continuing city, but we seek one to come.
15 By him therefore let us offer the sacrifice of praise to God continually, that is, the fruit of our lips giving thanks to his name.
16 But to do good and to communicate forget not: for with such sacrifices God is well pleased.
17 Obey them that have the rule over you, and submit yourselves: for they watch for your souls, as they that must give account, that they may do it with joy, and not with grief: for that is unprofitable for you.
18 Pray for us: for we trust we have a good conscience, in all things willing to live honestly.
19 But I beseech you the rather to do this, that I may be restored to you the sooner.
20 Now the God of peace, that brought again from the dead our Lord Jesus, that great shepherd of the sheep, through the blood of the everlasting covenant,
21 Make you perfect in every good work to do his will, working in you that which is well-pleasing in his sight, through Jesus Christ; to whom be glory for ever and ever. Amen.
22 And I beseech you, brethren, suffer the word of exhortation: for I have written a letter unto you in few words.
23 Know ye that our brother Timothy is set at liberty; with whom, if he come shortly, I will see you.
24 Salute all them that have the rule over you, and all the saints. They of Italy salute you.
25 Grace be with you all. Amen.

Hebrëen 13

1Dat de broederlijke liefde blijve.1)
2Vergeet de herbergzaamheid niet; want hierdoor hebben sommigen onwetend engelen geherbergd.
3Gedenkt der gevangenen, alsof gij mede gevangen waart; en dergenen, die kwalijk gehandeld worden, alsof gij ook zelven in het lichaam2) kwalijk gehandeld waart.
4Het huwelijk is eerlijk onder allen,3) en het bed onbevlekt; maar hoereerders en overspelers zal God oordelen.
5Uw wandel zij zonder geldgierigheid;4) en zijt vergenoegd met het tegenwoordige;5) want Hij heeft gezegd:6) Ik zal u niet begeven, en Ik zal u niet verlaten.
6Zodat wij vrijmoediglijk durven zeggen:7) De Heere is mij een Helper, en ik zal niet vrezen, wat mij een mens zal doen.
7Gedenkt uwer voorgangeren,8) die u het Woord Gods gesproken hebben; en volgt hun geloof na, aanschouwende de uitkomst hunner wandeling.
8Jezus Christus is gisteren en heden9) dezelfde en in der eeuwigheid.
9Wordt niet omgevoerd10) met verscheidene en vreemde leringen; want het is goed, dat het hart gesterkt wordt door genade,11) niet door spijzen, door welke geen nuttigheid bekomen hebben,12) die daarin gewandeld hebben.
10Wij hebben een altaar,13) van hetwelk geen macht hebben te eten,14) die den tabernakel dienen.15)
11Want welker dieren bloed voor de zonde gedragen werd16) in het heiligdom17) door den hogepriester, derzelver lichamen18) werden verbrand19) buiten de legerplaats.20)
12Daarom heeft ook Jezus,21) opdat Hij door Zijn eigen bloed het volk zou heiligen,22) buiten de poort geleden.
13Zo laat ons dan tot Hem23) uitgaan24) buiten de legerplaats,25) Zijn smaadheid dragende.26)
14Want wij hebben hier geen blijvende stad,27) maar wij zoeken de toekomende.28)
15Laat ons dan door Hem altijd29) Gode opofferen een offerande des lofs, dat is, de vrucht der lippen,30) die Zijn Naam belijden.31)
16En vergeet de weldadigheid en de mededeelzaamheid niet; want aan zodanige offeranden32) heeft God een welbehagen.33)
17Zijt uw voorgangeren34) gehoorzaam,35) en zijt hun onderdanig; want zij waken voor uw zielen, als die rekenschap geven zullen;36) opdat zij dat doen mogen met vreugde en niet al zuchtende;37) want dat is u niet nuttig.
18Bidt voor ons; want wij vertrouwen, dat wij een goed geweten hebben, als die in alles willen39) eerlijk wandelen.40)
19En ik bid u te meer, dat gij dit doet, opdat ik te eerder ulieden moge wedergegeven worden.41)
20De God nu des vredes,42) Die den grote Herder der schapen,43) door het bloed44) des eeuwigen testaments,45) uit de doden heeft wedergebracht, namelijk onze Heere Jezus Christus,
21Die volmake u in alle goed werk,46) opdat gij Zijn wil moogt doen; werkende in u,47) hetgeen voor Hem welbehagelijk is, door Jezus Christus; Denwelken zij de heerlijkheid48) in alle eeuwigheid.49) Amen.
22Doch ik bid u, broeders, verdraagt het woord dezer vermaning;50) want ik heb u in het kort geschreven.51)
23Weet, dat de broeder Timotheus losgelaten is,52) met welken (zo hij haast komt) ik u zal zien.53)
24Groet al uw voorgangeren,54) en al de heiligen.55) U groeten die van Italie zijn.56)
25De genade zij met u allen.57) Amen.