Home Introduction Persons Geogr. Sources Events Mijn blog(Nederlands)
Religion Subjects Images Queries Links Contact Do not fly Iberia
This is a non-commercial site. Any revenues from Google ads are used to improve the site.

Custom Search
Quote of the day: The dark complexion of the Silures, thei
Notes
Display Vulgate text
Display Statenvertaling
The New Testament

Gospel of Matthew Chapter 4.0
Next chapter
Return to index
Previous chapter
Temptation in the desert

1 Then was Jesus led up of the spirit into the wilderness to be tempted of the devil.
2 And when he had fasted forty days and forty nights, he was afterward an hungred.
3 And when the tempter came to him, he said, If thou be the son of God, command that these stones be made bread.
4 But he answered and said, It is written, Man shall not live by bread alone, but by every word that proceedeth out of the mouth of God.
5 Then the devil taketh him up into the holy city, and setteth him on a pinnacle of the temple,
6 And saith unto him, If thou be the Son of God, cast thyself down: for it is written, He shall give his angels charge concerning thee: and in their hands they shall bear thee up, lest at any time thou dash thy foot against a stone.
7 Jesus said unto him, It is written again, Thou shalt not tempt the Lord thy God.
8 Again, the devil taketh him up into an exceeding high mountain, and sheweth him all the kingdoms of the world, and the glory of them;
9 And saith unto him, All these things will I give thee, if thou wilt fall down and worship me.
10 Then saith Jesus unto him, Get thee hence, Satan: for it is written, Thou shalt worship the Lord thy God, and him only shalt thou serve.
11 Then the devil leaveth him, and, behold, angels came and ministered unto him.
See also Mark 1:12-13, Luke 4:1-13

Healings in Capernaum

12 Now when Jesus had heard that John was cast into prison, he departed into Galilee;
13 And leaving Nazareth, he came and dwelt in Capernaum, which is upon the sea coast, in the borders of Zabulon and Nephthalim.
14 That it might be fulfilled which was spoken by Esaias the prophet, saying,
15The land of Zabulon, and the land of Nephthalim, by the way of the sea, beyond Jordan, Galilee of the Gentiles;
16 The people which sat in darkness saw great light; and to them which sat in the region and shadow of death light is sprung up.
See Esaias 8:23-9:1
17 From that time Jesus began to preach, and to say, Repent: for the kingdom of heaven is at hand.

Jesus calls the first disciples

18 And Jesus, walking by the Sea of Galilee, saw two brethren, Simon called Peter, and Andrew his brother, casting a net into the sea: for they were fishers.
19 And he saith unto them, Follow me, and I will make you fishers of men.
20 And they straightway left their nets, and followed him.
21 And going on from thence, he saw other two brethren, James the son of Zebedee, and John his brother, in a ship with Zebedee their father, mending their nets; and he called them.
22 And they immediately left the ship and their father, and followed him.
23 And Jesus went about all Galilee, teaching in their synagogues, and preaching the gospel of the kingdom, and healing all manner of sickness and all manner of disease among the people.
24 And his fame went throughout all Syria: and they brought unto him all sick people that were taken with divers diseases and torments, and those which were possessed with devils, and those which were lunatick, and those that had the palsy; and he healed them.
25 And there followed him great multitudes of people from Galilee, and from Decapolis, and from Jerusalem, and from Judaea, and from beyond Jordan.
See also Mark 1:16-20, 39, Luke 5:10-11, Luke 5:17-19

Events: Temptation in the desert, Healings in Capernaum, Jesus calls the first disciples

Matthëus 4

1Toen werd Jezus1) van den Geest weggeleid2) in de woestijn, om verzocht te worden van den duivel3).
2En als Hij veertig dagen en veertig nachten gevast4) had, hongerde Hem ten laatste.
3En de verzoeker5), tot Hem gekomen zijnde, zeide: Indien Gij Gods Zoon6) zijt, zeg, dat deze stenen broden worden.
4Doch Hij, antwoordende, zeide: Er is geschreven: De mens zal bij brood alleen niet leven, maar bij alle woord, dat door den mond Gods uitgaat.7)
5Toen nam Hem de duivel mede naar de heilige stad,8) en stelde Hem op de tinne des tempels;9)
6En zeide tot Hem: Indien Gij Gods Zoon zijt, werp Uzelven nederwaarts; want er is geschreven, dat Hij Zijn engelen van U bevelen zal, en dat zij U op de handen zullen nemen, opdat Gij niet te eniger tijd Uw voet aan een steen aanstoot.
7Jezus zeide tot hem: Er is wederom geschreven: Gij zult den Heere, uw God, niet verzoeken.
8Wederom nam Hem de duivel mede op een zeer hogen berg, en toonde Hem al de koninkrijken der wereld10), en hun heerlijkheid;
9En zeide tot Hem: Al deze dingen zal ik U geven, indien Gij, nedervallende, mij zult aanbidden.
10Toen zeide Jezus tot hem: Ga weg, satan,11) want er staat geschreven: Den Heere, uw God, zult gij aanbidden, en Hem alleen dienen.
11Toen liet de duivel van Hem af; en ziet, de engelen zijn toegekomen12), en dienden Hem.
12Als nu Jezus gehoord had, dat Johannes overgeleverd was,13) is Hij wedergekeerd naar Galilea;
13En Nazareth verlaten hebbende, is komen wonen te Kapernaum, gelegen aan de zee, in de landpale van Zebulon en Nafthali;
14Opdat vervuld zou worden, hetgeen gesproken is door Jesaja, den profeet, zeggende:
15Het land Zebulon en het land Nafthali aan den weg der zee over de Jordaan,14) Galilea der volken;15)
16Het volk, dat in duisternis zat, heeft een groot licht gezien; en dengenen, die zaten in het land en de schaduwe des doods, denzelven is een licht opgegaan.
17Van toen aan heeft Jezus begonnen te prediken en te zeggen: Bekeert u; want het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen.
18En Jezus, wandelende aan de zee van Galilea,16) zag twee broeders, namelijk Simon, gezegd Petrus, en Andreas, zijn broeder, het net in de zee werpende17) (want zij waren vissers);
19En Hij zeide tot hen: Volgt Mij na,18) en Ik zal u vissers der mensen maken.
20Zij dan, terstond de netten verlatende, zijn Hem nagevolgd.
21En Hij, van daar voortgegaan zijnde, zag twee andere broeders, namelijk Jakobus, den zoon van Zebedeus, en Johannes, zijn broeder, in het schip met hun vader Zebedeus, hun netten vermakende, en heeft hen geroepen.
22Zij dan, terstond verlatende het schip en hun vader, zijn Hem nagevolgd.
23En Jezus omging geheel Galilea, lerende in hun synagogen19) en predikende het Evangelie des Koninkrijks, en genezende alle ziekte en alle kwale20) onder het volk.
24En Zijn gerucht ging van daar uit in geheel Syrie; en zij brachten tot Hem allen, die kwalijk gesteld waren, met verscheidene ziekten en pijnen21) bevangen zijnde, en van den duivel bezeten, en maanzieken22) en geraakten;23) en Hij genas dezelve.
25En vele scharen volgden Hem na,24) van Galilea en van Dekapolis25), en van Jeruzalem, en van Judea, en van over de Jordaan.