Home Introduction Persons Geogr. Sources Events Mijn blog(Nederlands)
Religion Subjects Images Queries Links Contact Do not fly Iberia
This is a non-commercial site. Any revenues from Google ads are used to improve the site.

Custom Search
Quote of the day: Felix, who had for some time been govern
Notes
Display Vulgate text
Display Statenvertaling
The New Testament

Revelations Chapter 15
Next chapter
Return to index
Previous chapter
1 And I [Note 1] saw another sign in heaven, great and marvellous, seven angels having the seven last plagues; for in them is filled up the wrath of God.
2 And I saw as it were a sea of glass mingled with fire: and them that had gotten the victory over the beast [Note 2], and over his image, and over his mark, and over the number of his name, stand on the sea of glass, having the harps of God.
3 And they sing the song of Moses the servant of God, and the song of the Lamb [Note 3], saying, Great and marvellous are thy works, Lord God Almighty; just and true are thy ways, thou King of saints.
4 ,Who shall not fear thee, O Lord, and glorify thy name? for thou only art holy: for all nations shall come and worship before thee; for thy judgments are made manifest.
5 And after that I looked, and, behold, the temple of the tabernacle of the testimony in heaven was opened:
6 And the seven angels came out of the temple, having the seven plagues, clothed in pure and white linen, and having their breasts girded with golden girdles.
7 And one of the four beasts gave unto the seven angels seven golden vials full of the wrath of God, who liveth for ever and ever.
8 And the temple was filled with the smoke from the glory of God, and of his power; and no man was able to enter the temple, till the seven plagues of the seven angels were fulfilled.

Note 1: I = John
Note 2: beast = Devil
Note 3: Lamb = Christ

Openbaring 15

1En ik zag een1) ander groot en wonderlijk2) teken in den hemel; namelijk zeven engelen,3) hebbende de zeven laatste4) plagen; want in deze is de toorn Gods geeindigd.
2En ik zag als een glazen zee,5) met vuur gemengd; en die de overwinning6) hadden van het beest, en van zijn beeld,7) en van zijn merkteken, en van het getal zijns naams, welke stonden8) aan de glazen zee, hebbende de citers Gods;9)
3En zij zongen het gezang van Mozes,10) den dienstknecht Gods, en het gezang des Lams,11) zeggende: Groot en wonderlijk12) zijn Uw werken, Heere, Gij almachtige God, rechtvaardig en waarachtig zijn Uw wegen, Gij13) Koning der heiligen!
4Wie zou U niet vrezen, Heere, en Uw Naam niet verheerlijken? Want Gij zijt alleen heilig; want alle volken zullen14) komen, en voor U aanbidden; want Uw oordelen15) zijn openbaar geworden.
5En na dezen zag16) ik, en ziet, de tempel des17) tabernakels der getuigenis in den hemel werd geopend.18)
6En de zeven engelen, die de zeven19) plagen hadden, kwamen uit den tempel, bekleed met rein en blinkend20) lijnwaad, en omgord om de21) borst met gouden gordels.
7En een van de vier22) dieren gaf den zeven engelen zeven gouden23) fiolen, vol van den24) toorn Gods, Die in alle eeuwigheid leeft.
8En de tempel werd25) vervuld met rook uit de heerlijkheid26) Gods, en uit Zijn kracht; en niemand kon in27) den tempel ingaan, totdat de zeven plagen der zeven engelen geeindigd waren.