van de genade:
Dat is, van de gunst Gods, en dienvolgens van al de weldaden Gods, die daaruit vloeien, als daar zijn de krachtige beroeping, het geloof, vergeving der zonden, rechtvaardigmaking, heiligmaking en het eeuwige leven. Want door de werken èn door de genade gerechtvaardigd te worden, kunnen tezamen niet bestaan; Rom. 11:6.