rechtvaardigen,:
Dat is, die alzo niet afgedwaald zijn, gelijk er staat Matth. 18:13, en daarom zich niet behoeven te bekeren van zodanige grote afdwaling of zonde. Hoewel anderszins ook de heiligsten van node hebben zich van hun dagelijkse zwakheden te bekeren, Jak. 3:2; 1 Joh. 1:8. Anderen verstaan hier door de rechtvaardigen desgenen, die zichzelven verkeerdelijk wijsmaken dat zij rechtvaardig zijn en dat zij gene bekering van node hebben, Matth. 9:13; Luk. 18:9.