ganselijk niet,:
Namelijk noch lichtvaardig, of onnodig, noch bedriegelijk, noch bij de creaturen. Want een oprechte en nodige eed wordt niet verboden, gelijk te zien is in Rom. 1:9, en Rom. 9:1; 2 Cor. 1:23, en 2 Cor. 11:31, en 2 Cor. 12:19; Gal. 1:20; Fil. 1:8; 1 Thess. 5:27; Hebr. 6:13,16,19; Openb. 10:6.