En ik zag tronen,:
Sommigen nemen dit zitten op tronen, en geven van oordeel, voor de wederoprichting van Christus' rijk, zelfs ten tijde van den antichrist, waarvan terstond wordt gesproken; in welken tijd ook enigen treffelijke mannen zijn opgestaan, die de leer van den antichrist hebben veroordeeld, en zich tegen zijn rijk en leer hebben gesteld; waarvan Openb. 11 en Openb. 14 ook is geprofeteerd. Doch anderen nemen dit hier wel zo geschikt van dezelfde personen, waarvan hier terstond wordt gesproken, namelijk die onthoofd zijn om het getuigenis van Christus, en die het beest niet hebben aangebeden; die na hun dood hier in tronen worden gezet en oordeel ontvangen, omdat zij met Christus in den hemel, naar hun zielen, hebben gezegevierd; niettegenstaande de aardse mensen en aanbidders van het beest hen voor ketters en verdoemde mensen hadden veroordeeld. Zie dergelijke beloften hiervoor Openb. 3:21, en Matth. 19:28.