den sleutel des:
Dat is, de macht om den afgrond te openen en te sluiten, die Christus ook bijzonder wordt toegeschreven, Openb. 1:18, als een opperste Heere van deze sleutel; welken Openb. 9:1 de antichrist ook wel zich toeëigent, maar door Gods rechtvaardig oordeel, die een kracht der dwaling heeft gezonden over de ongehoorzame mensen; 2 Thess. 2:10,11. 4 een grote keten in Hierdoor wordt de kracht van den dood van Christus verstaan, waardoor de satan al zijn macht is benomen, Col. 2:15: Hebr. 2:14, mitsgaders de kracht van Christus' Geest en Woord, waardoor den satan als handen en voeten worden gebonden, dat hij de uitverkorenen niet kan beschadigen. Zie Luk. 11:22; Ef. 1:21,22, en ook zelfs niet de andere mensen, verder dan hem de keten van Gods voorzienigheid en oordelen over de mensen toelaat, gelijk het voorbeeld van Achab, 1 Kon. 11, en andere plaatsen getuigen.