totdat de duizend:
Enigen nemen deze duizend jaren voor den gehelen tijd van de eerste komst van Christus tot zijn tweede, gelijk dit woord duizend een zeker getal voor een onzeker soms betekent in de Schrift. Zie Ps. 91:7, en Ps. 105:8; Dan. 7:10. Doch waar Openb. 20:7,8 de satan nog na deze duizend jaren wordt los gelaten, zo kan dit niet wel bestaan; gelijk ook niet het gevoelen van enige anderen, die duizend jaren willen eindigen voor de komst van den antichrist; daar in Openb. 20:4 ook binnen deze duizend jaren melding wordt gemaakt van enigen, die het beest en zijn beeld niet hebben aangebeden, zo moet dan voor het einde van de duizend jaren ook de antichrist geweest zijn. Hierom beginnen anderen de binding van den satan, dat hij de volken niet meer verleidt, van den tijd dat Christus, door de prediking van het heilige Evangelie en kracht Zijns Geestes, door Zijne apostelen, de heidense volken in de wereld alom tot bekering heeft gebracht; hetwelk omtrent den tijd van de verwoesting van Jeruzalem en uitroeiïng der Joden, dat is omtrent het jaar zeventig, meest is volbracht; en eindigen die met Paus Gregorius VII, die een sterk werktuig des duivels is geweest, om het antichristendom op het hoogste te brengen, en alle volken Hem te doen aanbidden, welke omtrent het jaar een duizend en zeventig heeft gezeten. Hoewel enigen om de vervolgingen, die de satan nog meer dan twee honderd en vijftig jaren na de verwoesting van Jeruzalem tegen de christenen heeft verwekt, deze duizend jaren wat later beginnen, namelijk van de tijden van Constantijn, en vervolgens tot omtrent het jaar 1300, toen niet alleen de antichrist den staat der christenen meer en meer heeft doen vervallen, wanneer Bonifasius VIII over dit rijk heeft geregeerd, maar ook de Turken en Tartaren door den satan meest zijn gaande gemaakt, om de christenvolken in Oost en West ten onder te brengen, en vele koninkrijken en christenkerken hebben uitgeroeid, niet alleen in Azië, maar ook in Afrika en Europa, gelijk hun tegenwoordige gestalte uitwijst.