Home Introduction Persons Geogr. Sources Events Mijn blog(Nederlands)
Religion Subjects Images Queries Links Contact Do not fly Iberia
This is a non-commercial site. Any revenues from Google ads are used to improve the site.

Custom Search
Quote of the day: At the same moment he embraced the young
Notes
Display Latin text
Display Dutch text


Ovid XIII Chapter 12: 738-788 Acis and Galatea
Next chapter
Return to index
Previous chapter
Once while Galatea let Scylla comb her hair, she addressed these words to her, sighing often: 'At least, O virgin Scylla, you are not wooed by a relentless breed of men: and you can reject them without fear, as you do. But I, whose father is Nereus, and whose mother is sea-green Doris, I, though protected by a crowd of sisters, was not allowed to flee the love of Polyphemus, the Cyclops, except through sorrow', and tears stopped the sound of her voice. When the girl had wiped away the tears with her white fingers, and the goddess was comforted, she said: 'Tell me, O dearest one: do not hide the cause of your sadness (I can be so trusted)'. The Nereid answered Cratais's daughter in these words: Acis was the son of Faunus and the nymph Symaethis, a great delight to his father and mother, but more so even to me, since he and I alone were united. He was handsome, and having marked his sixteenth birthday, a faint down covered his tender cheeks. I sought him, the Cyclops sought me, endlessly. If you asked, I could not say which was stronger in me, hatred of Cyclops or love of Acis, both of them were equally strong. Oh! Gentle Venus, how powerful your rule is over us! How that ruthless creature, terrifying even to the woods themselves, whom no stranger has ever seen with impunity, who scorns mighty Olympus and its gods, how he feels what love is, and, on fire, captured by powerful desire, forgets his flocks and caves. Now Polyphemus, you care for your appearance, and are anxious to please, now you comb your bristling hair with a rake, and are pleased to cut your shaggy beard with a reaping hook, and to gaze at your savage face in the water and compose its expression. Your love of killing, your fierceness, and your huge thirst for blood, end, and the ships come and go in safety. Meanwhile, Telemus the augur, Telemus, the son of Eurymus, whom no flight of birds could deceive, came to Sicilian Mount Aetna, addressed grim Polyphemus, and said: Ulysses will take from you, that single eye in the middle of your forehead." He laughed, and answered: "O most foolish of seers, you are wrong, another, a girl, has already taken it." So he scorned the true warning, given in vain, and weighed the coast down, walking with giant tread, or returned weary to his dark cave. A wedge-shaped hillside, ending in a long spur, projects into the sea the waves of the ocean wash round it on both sides). The fierce Cyclops climbed to it, and sat at its apex, and his woolly flocks, shepherd-less, followed. Then laying at his feet the pine trunk he used as a staff, fit to carry a ship's rigging, he lifted his panpipes made of a hundred reeds. The whole mountain felt the pastoral notes, and the waves felt them too. Hidden by a rock, I was lying in my Acis's arms, and my ears caught these words, and, having heard them, I remembered:'

Event: Polyphemus, Acis and Galatea

Op een keer, toen ze het haar van Galatea mocht kammen, zuchtte Galatea enkele malen diep en zei haar: "Jij heb ten minste nog beschaafde minnaars die je ongestraft kunt afwijzen, wat je ook doet. Maar ik, een kind van Nereus zelf, door de zeegodin Doris gebaard en veilig omringd door mijn zusters, kon de Cycloop die naar mijn hand dong, slecht met veel verdriet afwijzen..."

Tranen beletten haar om verder te spreken. Ze veegde die met helderwitte hand weg; toen zei Scylla troostend tegen de nimf: "Vanwaar komt dit leed, lieve vriendin? Verberg het niet. Je weet dat je kunt rekenen op mijn discretie!" Hierop vertelde Nereus’ dochter haar verhaal aan Scylla.

"Acis, zoon van de waternimf Symaethis en van Pan, werd door zijn vader en moeder diep bemind, maar nog veel meer door mij. Hij alleen had mijn hart gewonnen, zo mooi was hij! Hij was pas zestien jaar oud; zijn jongenswangen werden beschaduwd door een beginnende baard. Ik hield alleen maar van hem maar de cycloop hield van mij...

Als je mij vraagt wat sterker was, mijn haat voor de cycloop of mijn verliefdheid voor Acis, dan zal ik je dit vertellen: beide gevoelens waren even sterk. Ach, Moeder Venus, jij regeert over een waarlijk groot gebied, want die barbaarse cycloop die zelfs bossen doet huiveren, die elke vreemdeling met een wrede straf ontvangt en de goden op de machtige Olympus minacht, voelde nu liefde... Hij werd door felle liefdegloed verschroeid, hij dacht niet langer aan zijn vee en aan zijn grot. Nee, Polyphemus zat zich op te doffen, hij wou mij zo graag behagen. Hij kamde met een hark zijn stugge haren en snoeide zijn ruige baard met een soort kapmes. Steeds opnieuw moest hij zijn woeste kop in het water spiegelen en fatsoeneren. Zijn moordlust, zijn wrede kracht en zijn niet te stillen dorst naar bloed verdwenen; schepen konden veilig aanmeren en vertrekken.

In die tijd verbleef ook Telemus, Eurymus’ zoon, aan de voet van de Etna op Sicilië. Hij was een ziener die de vogels begreep. Hij kwam bij de cycloop Polyphemus en zei: ‘Dat ene oog in je hoofd zal door Odysseus worden verblind...’ Maar smalend riep de ander: ‘Slecht gezien, profeet! Een vrouw heeft mij al lang verblind!’

En daarmee luisterde hij niet naar de waarheid en liep met zware stap langs het strand, tot hij moe werd en naar zijn duister hol terugkeerde. Er stak een wigvormige klif met een lang gerekte punt in zee die aan elke kant omspoeld werd door golven. De woeste Cycloop klom daarop en zette zich neer. Hij lette niet op de wollige schapen die hun meester gevolgd waren. Hij liet de boomstam die hij bij zich had en die erg leek op een mast voor een zeilschip, aan zijn voeten rusten en greep zijn rietfluit die uit wel uit honderd stengels was samengevoegd. De hele streek en ook de zee kon nu van zijn herderlijke muziek genieten. Ook ik, die verscholen zat in een grot; ik ruste tussen de benen van mijn geliefde Acis; daar kon ik Polyphemus ondanks de afstand goed verstaan.