Home Introduction Persons Geogr. Sources Events Mijn blog(Nederlands)
Religion Subjects Images Queries Links Contact Do not fly Iberia
This is a non-commercial site. Any revenues from Google ads are used to improve the site.

Custom Search
Quote of the day: The emperor thought nothing charming or
Notes
Display Latin text
Display Dutch text


Ovid XV Chapter 1: 1-59 Myscelus: the founding of Crotona
Next chapter
Return to index
Previous chapter
Meanwhile the Romans looked for a leader, to bear the weight of such responsibility, and follow so great a king: Fame, the true harbinger, determined on the illustrious Numa for the throne. Not content with knowing the rituals of the Sabine people, with his capable mind he conceived a wider project, and delved into the nature of things. His love of these enquiries led him to leave his native Cures, and visit the city of Crotona, to which Hercules was friendly. When Numa asked who was the founder of this Greek city on Italian soil, one of the older inhabitants, not ignorant of the past, replied: 'They say that Hercules, Jupiter's son, back from the sea with the rich herds of Spain, happily came to the shore of Lacinium, and while his cattle strayed through the tender grass, he entered the house of the great Croton, a not inhospitable roof, and refreshed himself with rest, after his long labours, and, in leaving, said: 'At a future time, there will be a city here, of your descendants.' And the promise proved true, since there was one Myscelus, the son of Alemon of Argos, dearest to the gods of all his generation. Hercules, the club-bearer, leaning over him, spoke to him as he lay in a deep sleep: 'Rise now, leave your native country: go, find the pebble-filled waves of Aesar!' and he threatened him with many and fearful things if he did not obey. Then the god and sleep vanished together. Alemon's son rose, and, in silence, thought over the vision, fresh in his mind. He struggled in himself for a long time over the decision: the god ordered him to go: the law prohibited his going. Death was the penalty for the man who wished to change his nationality. Bright Sol had hidden his shining face in Ocean's stream, and Night had lifted her starriest face: the same god seemed to appear to him, to admonish him in the same way, and warn of worse and greater punishment if he did not obey. He was afraid, and prepared, at once, to transfer the sanctuary of his ancestors to a new place. There was talk in the city, and he was brought to trial, for showing contempt for the law. When the case against him had been presented, and it was evident the charge was proven, without needing witnesses, the wretched defendant, lifting his face and hands to heaven, cried: 'O you, whose twelve labours gave you the right to heaven, help me, I beg you! Since you are the reason for my crime.' The ancient custom was to vote using black and white pebbles: the black to condemn: the white to absolve from punishment. Now, also, the harsh verdict was determined in this way, and every pebble dropped into the pitiless urn was black: but when the urn was tipped over and the pebbles poured out for the count, their colour had changed from black to white, and, acquitted through the divine power of Hercules, Alemon's son was freed. He first gave thanks to that son of Amphitryon, his patron, and with favouring winds set sail on the Ionian Sea. He sailed by Neretum, of the Sallentines, Sybaris, and the Spartan colony of Tarentum, the bay of Siris, Crimisa, and the Iapygian fields. He had barely passed the lands that overlook those seas, when he came, by destiny, to the mouth of the river Aesar, and near it the tumulus beneath which the earth covered the sacred bones of Croton. He founded the city of Crotona there, in the land commanded by the god, and derived the name of the city from him, whom the tumulus held. Such were the established beginnings, according to reliable tradition, of that place, and the cause of the city's being sited on Italian soil.

Event: The foundation of Croton

Intussen was men wel op zoek naar een man die zo’n zware taak aankon en zo’n grote koning kon vervangen. Fama, voorspelster van de waarheid, wees de beroemde Numa als heerser aan. Numa, zeer leergierig maar niet tevreden dat hij slechts de levensregels van de Sabijnen kende, streefde naar het hogere en onderzocht de aard van dingen. Om kennis op te doen verliet hij zijn Sabijnse stad, Cures, en trok naar Croton, gaststad van Hercules. Toen Numa informeerde wie die Griekse stad had gesticht, kreeg hij van een oude, wijze inwoner van Croton het volgende antwoord:

"Hercules, de zoon van Jupiter, bereikte na een vlotte vaart de kust van Lacinium met een rijke buit van Spaanse runderen. Terwijl zijn vee mals gras afgraasde, verbleef (zo zegt men toch) Hercules in het gastvrij huis van de machtige Croton om er uit te rusten van zijn zware tochten. Bij zijn vertrek zei Hercules: "Als uw kleinzonen straks volwassen mannen zijn, zal hier een stad staan."

Wat Hercules beloofd had, gebeurde en dat kwam door Myscelus. Deze Myscelus was een Griek, de zoon van Alemon uit Argolis en bij de goden in die tijd geliefd. Op een nacht, toen Myscelus in diepe slaap verzonken was, boog de godheid met de knuppel over zijn bed en zei: ‘Verlaat je vaders stad en zoek de kiezelrijke stromen van de verre Aesar op.’ Dreigend met verscheidene vreselijke dingen als hij niet zou gaan, verliet de god zijn kamer. Myscelus schoot overeind en herhaalde stil bij zichzelf wat hij zojuist gedroomd had. Hij zat lange tijd in tweestrijd: de god zei hem te vertrekken, de wet verbood hem te vertrekken, want de doodstraf dreigde voor iedereen die zijn vaderland ontrouw werd.

De zon was ondergegaan en de nacht heerste weer over de aarde. De god verscheen weer met dezelfde opdracht en sprak dezelfde straf uit als Myscelus zou falen. Myscelus besloot in doodsangst de nieuwe plek te zoeken, maar de mensen protesteerden: Myscelus werd aangeklaagd wegens schending van de wet. Toen bij de eerste ondervraging, zonder dat ook maar een getuige gehoord was, zijn schuld werd aangenomen, riep hij wanhopig de hemel toe:’Jij, die door twaalf werken god mocht worden, breng mij hulp, ik smeek je! Jij bracht mij tenslotte tot deze daad!’

Het was een oude gewoonte om het vonnis te vellen met zwarte en witte steentjes; zwart gaf schuldig, wit onschuldig aan. Hiervan maakte de jury ook toen gebruik. Het zag er niet goed uit voor Myscelus, elk steentje dat in de urne viel, was zwart. Maar toen die urn werd leeggeschud om de stemmen te tellen, bleken de steentjes wit!

Hercules had de steentjes veranderd zodat het vonnis gunstig was en Myscelus de vrijheid kreeg. Myscelus bracht daarom zijn dank aan Hercules. Hij voer op goede winden de Ionische zee over, langs Tarente, een kolonie van Sparta. Daarna voerde zijn reis langs Sybaris en langs het Sallentijnse Neretum, langs de Sirisbaai, Crimisa en tenslotte over de velden van Japyx. Na vele moeizame zwerftochten langs die kustgebieden vond hij dan toch de monding van de Aesarstroom. Dicht bij de stroom vond hij het aarden graf met de gewijde resten van Croton. Daar stichtte hij, zoals bevolen was, de stad met de naam van de daar begraven Croton. Dat is in de volksmond de overtuigende verklaring van Crotons ligging op het Italiaanse grondgebied."