Home Introduction Persons Geogr. Sources Events Mijn blog(Nederlands)
Religion Subjects Images Queries Links Contact Do not fly Iberia
This is a non-commercial site. Any revenues from Google ads are used to improve the site.

Custom Search
Quote of the day: A shudder comes over my soul, whenever I
Notes
Display Latin text
Display Dutch text


Ovid XV Chapter 12: 453-478 Pythagoras' Teachings:The Sanctity of Life
Next chapter
Return to index
Previous chapter
'Now (lest I [Note 1] stray too far off course, my horses forgetting to aim towards their goal), the heavens, and whatever is under them, change their form, and the earth, and whatever is within it. We, as well, who are a part of the universe, because we are not merely flesh, but in truth, winged spirits, and can enter into the family of wild creatures, and be imprisoned in the minds of animals. We should allow those beings to live in safety, and honour, that the spirits of our parents, or brothers, or those joined to us by some other bond, certainly human, might have inhabited: and not fill our bellies as if at a Thyestean feast! What evil they contrive, how impiously they prepare to shed human blood itself, who rip at a calf's throat with the knife, and listen unmoved to its bleating, or can kill a kid to eat, that cries like a child, or feed on a bird, that they themselves have fed! How far does that fall short of actual murder? Where does the way lead on from there? Let the ox plough, or owe his death to old age: let the sheep yield wool, to protect against the chill north wind: let the she-goats give you full udders for milking! Have done with nets and traps, snares and the arts of deception! Do not trick the birds with limed twigs, or imprison the deer, scaring them with barbed feathered ropes, or hide hooks in treacherous bait. Kill them, if they harm you, but even then let killing be enough. Let your mouth be free of their blood, enjoy milder food!'

Note 1: I = Pythagoras

Wat ik uit dit alles kan besluiten: alles wat hemels en wat aards mag zijn, verandert van gedaante. Wij, als mensen die eveneens deel uitmaken van het heelal, ondergaan een gelijkaardige gedaantewisseling. Niet alleen als lichaam maar vooral als fladderende ziel kunnen wij veranderen in een wild dier of zelfs in vee. Gun dus die dieren een waardige, verdiende rust en vrede als de ziel van onze ouders, broers of van welke verwanten ook, in elk geval van mensen die in die dieren rusten.

Laten we dus geen Thyestes-voer eten! Hoe slecht is de gewoonte niet van een goddeloze aanslag op eigen bloed. Zo doorklieven mensen de keel van een jonge koe met hun zwaard. Ze laten haar daarna zonder meelij klagen. Zelfs een bokje dat om hulp roept als een angstig kind, zal men slachten. Men zal smullen van een vogeltje dat men zelf graantjes gaf… Wat is dan eigenlijk het verschil met wat men een echte misdaad noemt? Waar ligt de grens bij dergelijke daden? Een stier moet zijn leven lang ploegen om op hoge leeftijd geslacht te moeten worden.. Een schaap staat gedwee haar vacht af om ons te beschermen tegen de kille noordenwind. Een geitje moet haar volle uier laten leegmelken.

Schaf die netten, strikken, klemmen en andere gemene listen toch af! Bedrieg een vogel niet meer met takken vogellijm, omsingel herten niet met schrikdraad die volhangt met vogelveertjes, verberg geen scherpgebogen vishaak in dat bedrieglijke aas! Enkel dieren die schade doen, mag je doden, maar laat het dan bij doden. Hun vlees behoort niet in jullie mond: jullie mond kent toch zachter voedsel!"