Home Introduction Persons Geogr. Sources Events Mijn blog(Nederlands)
Religion Subjects Images Queries Links Contact Do not fly Iberia
This is a non-commercial site. Any revenues from Google ads are used to improve the site.

Custom Search
Quote of the day: Vitellius, on the contrary, was sunk in
Notes
Display Latin text
Display Dutch text


Ovid XV Chapter 14: 552-621 Cipus acquires horns
Next chapter
Return to index
Previous chapter
This strange event amazed the nymphs, and the Amazon's son [Note 1] was no less astounded, than the Tyrrhenian ploughman when he saw a fateful clod of earth in the middle of his fields, first move by itself with no one touching it, then assume the form of a man, losing its earthy nature, and open its newly acquired mouth, to utter things to come. The native people called him Tages, he who first taught the Etruscan race to reveal future events. No less astounded than Romulus, when he saw his spear, that had once grown on the Palatine Hill, suddenly put out leaves, and stand there, not with its point driven in, but with fresh roots: now not a weapon but a tough willow-tree, giving unexpected shade to those who wondered at it. No less astounded than Cipus, the praetor, when he saw his horns in the river's water (truly he saw them) and, thinking it a false likeness of his true form, lifting his hands repeatedly to his forehead, touched what he saw. Unable now to resist the evidence of his eyes, he raised his eyes and arms to the sky, like a victor returning from a beaten enemy, and cried: 'You gods, whatever this unnatural thing portends, if it is happiness, let it be the happiness of my country, and the race of Quirinus: if it is a threat, let it be towards me.' Making a grassy altar of green turf, he appeased the gods with burning incense, and made a libation of wine, and inspected the quivering entrails of sacrificed sheep, as to what they portended for him. As soon as the Tyrrhenian seer, there, saw them, he recognised the signs of great happenings, not yet manifest, and when indeed he raised his keen eyes from the sheep's entrails to Cipus's forehead, he cried: 'Hail! O King! You, even you, Cipus, and your horns, this place, and Latium's citadels, shall obey. Only no delay: hurry and enter the open gates! So fate commands: and received in the city, you will be king, and safely possess the eternal sceptre.' Cipus drew back, and grimly turning his face away from the city's walls, he said: 'Oh, let the gods keep all such things, far, far away, from me! Far better for me to spend my life in exile, than for the Capitol to see me crowned!’ He spoke, and immediately called together the people and the grave senators. First however he hid his horns with the laurels of peace, then standing on a mound raised by resolute soldiers, and praying to the ancient gods as customary, he said: 'There is a man here who shall be king, unless you drive him from the city. I will show you who he is, not by name, but by a sign: he wears horns on his forehead! The augur declares that if he enters Rome, he will grant you only the rights of slaves. He could have forced his way in, through the open gates, but I opposed it, though no one is more closely connected to him than me. Quirites, keep the man out of your city, and, if he deserves it, load him with heavy chains, or end all fear, with the death of this fated tyrant!' There was a sound from the crowd, like the murmur from the pine-trees when the wild East wind whistles through them, or like the waves of the sea, heard from far off: but among the confused cries of the noisy throng, one rang out: 'Who is he?' They looked at each other's forehead looking for the horns foretold. Cipus spoke to them again: 'You have here, whom you seek,' and, taking the wreath from his head, the people trying to prevent him, he showed them his temples, conspicuous by their twin horns. They all sighed, and lowered their eyes (who could believe it?) and were reluctant to look at that distinguished head. Not allowing him any longer to be dishonoured, they replaced the festal wreath. But since you were forbidden to enter the city, Cipus, they gave you, as an honour, as much land as you could enclose, with a team of oxen, harnessed to the plough, between dawn and sunset. And they engraved horns on the bronze gateposts, recalling their marvellous nature, to remain there through the centuries.

Note 1: the Amazon's son = Hippolytus

Event: Cipus

Dit wonder raakte de nimfen diep. Hippolytus stond ook verbijsterd, hij leek op die ploegende Etrusk die in open veld, een aardkluit zomaar, zonder dat er iemand bijstond, zag veranderen in een man die met zijn nieuw geboren stem de toekomst begon te voorspellen. Zijn naam was, volgens de Etrusken, Tages, en hij was de eerste die de Etrusken de toekomst leerde openbaren…

Misschien leek Hippolytus op Romulus, die ooit eens op de Palatijn zijn speer in de grond plantte en zag dat zijn speer blad kreeg! Het ijzer zag hij veranderen in wortels en in plaats van een wapen, stond er een boom met wiegelende takken voor zich die schaduw bood aan het stomverbaasde volk… Of misschien leek hij op Cipus, die in de Tiber zijn hoofd gekroond zag met twee hoorns. Cipus dacht dat dat beeld gezichtsbedrog was, maar toen hij meermaals met zijn vingers tastte, merkte hij dat zijn blik hem niet bedroog.

Hoewel hij op weg was naar Rome na een zege op de vijand, bleef hij ter plekke staan. Hij keek en strekte zijn armen naar de hemel en riep:"O Goden! Wat dit teken ook beduidt: indien het geluk brengt, laat het dan zijn voor heel het land en volk van Romulus, indien gevaar dreigt alleen voor mij…" En op een altaar, gemaakt van groene zoden stortte hij wierrook in het vuur, plengde uit een schaal, liet dieren slachten en raadpleegde hun nog trillende ingewanden.

Daarin zag een Etruskische voorspeller grote veranderingen in de staat, hoewel nog niet duidelijk was welke. Maar toen hij van de organen naar Cipus keek, en diens horens zag, riep hij: "O wees gegroet als koning! Dit gebied van Rome zal u, gehoornde majesteit, gehoorzaam zijn! Aarzel niet langer, Cipus, en haast je naar de stad. Want daar zal je veilig en lang heersen."

Maar Cipus deinsde terug, wendde zijn hoofd van de stad af en zei:"Nee! Weg ermee! De hemel verdrijft zo’n teken! Het is beter dat ik ver van mijn land wegga dan dat het Capitool zo’n koning moet zien…" Waarop hij zijn horens verborg achter zijn zegekrans en het volk en de eerbiedwaardige senaat bijeenriep. Toen stapte hij het aarden podium op dat snel door zijn mannen was opgericht, riep volgens de oude riten de goden aan en zei:

"Een van jullie zal hier heersen, tenzij jullie hem uit de stad verjagen. Ik noem hem niet, maar beschrijf hem wel. Hij heeft horens op zijn hoofd en de ziener zegt dat hij, zodra hij de stad betreedt, slavernij zal brengen. Hij had nu al in de stad kunnen zijn - de poort is open -maar ik heb dat verhinderd, ook al staat hij dichter bij mij dan bij wie dan ook. Jullie, burgers van Rome, mogen hem de stad niet inlaten. En als hij toch zou komen, sluit zijn dreiging dan uit door hem vast te ketenen of te doden."

Het gemompel dat daarop volgde klonk als het gesuis van hoge pijnbomen wanner de gure oostenwind, of als de golven in de zee, wanneer je van op afstand luistert. Maar boven alles klonk een vraag: wie is hij? Allen keken naar de mensen rondom zich om te zien of er toevallig iemand met horens bij was. Maar dan sprak Cipus weer en zei: "Hier is wie jullie zoeken!"

Waarop hij zijn krans afzette en zijn voorhoofd met beide horens toonde, hoewel het volk hem zei dit niet te doen. Er klonk een kreet van spijt. Eerst wendde men de blikken af, maar dan keek men toch, met tegenzin, naar hem. Niemand kon dit geloven van iemand die zoveel roem had verdiend. En omdat ze niet duldden dat Cipus verder ongeëerd zou blijven, drukten ze de feestkrans weer op zijn hoofd. Omdat hij nu de stad niet meer mocht betreden, heeft de senaat hem een stuk grond geëerd dat zo groot was als een ossenspan met de ploeg in een dag. En in de bronzen stadspoort werden de horens afgebeeld, als teken van de wondere gedaante.