Home Introduction Persons Geogr. Sources Events Mijn blog(Nederlands)
Religion Subjects Images Queries Links Contact Do not fly Iberia
This is a non-commercial site. Any revenues from Google ads are used to improve the site.

Custom Search
Quote of the day: A weak intellect was against him.
Notes
Display Vulgate text
Display Statenvertaling
The New Testament

First letter of John Chapter 4
Next chapter
Return to index
Previous chapter
1 Beloved, believe not every spirit, but try the spirits whether they are of God: because many false prophets are gone out into the world.
2 Hereby know ye the Spirit of God: Every spirit that confesseth that Jesus Christis come in the flesh is of God:
3 And every spirit that confesseth not that Jesus Christ is come in the flesh is not of God: and this is that spirit of antichrist, whereof ye have heard that it should come; and even now already is it in the world.
4 Ye are of God, little children, and have overcome them: because greater is he that is in you, than he that is in the world.
5 They are of the world: therefore speak they of the world, and the world heareth them.
6 We are of God: he that knoweth God heareth us; he that is not of God heareth not us. Hereby know we the spirit of truth, and the spirit of error.
7 Beloved, let us love one another: for love is of God; and every one that loveth is born of God, and knoweth God.
8 He that loveth not knoweth not God; for God is love.
9 In this was manifested the love of God toward us, because that God sent his only begotten son into the world, that we might live through him.
10 Herein is love, not that we loved God, but that he loved us, and sent his Son to be the propitiation for our sins.
11 Beloved, if God so loved us, we ought also to love one another. 12 No man hath seen God at any time. If we love one another, God dwelleth in us, and his love is perfected in us.
13 Hereby know we that we dwell in him, and he in us, because he hath given us of his Spirit.
14 And we have seen and do testify that the Father sent the Son to be the Saviour of the world.
15 Whosoever shall confess that Jesus is the Son of God, God dwelleth in him, and he in God.
16 And we have known and believed the love that God hath to us. God is love; and he that dwelleth in love dwelleth in God, and God in him.
17 Herein is our love made perfect, that we may have boldness in the day of judgment: because as he is, so are we in this world.
18 There is no fear in love; but perfect love casteth out fear: because fear hath torment. He that feareth is not made perfect in love.
19 We love him, because he first loved us.
20 If a man say, I love God, and hateth his brother, he is a liar: for he that loveth not his brother whom he hath seen, how can he love God whom he hath not seen?
21 And this commandment have we from him, That he who loveth God love his brother also.

1 Johannes 4

1Geliefden, gelooft niet een iegelijken geest, maar1) beproeft de geesten,2) of zij uit God zijn;3) want vele valse profeten zijn4) uitgegaan in de wereld.5)
2Hieraan kent gij6) den Geest van God:7) alle geest, die8) belijdt,9) dat Jezus Christus10) in het vlees gekomen is,11) die is uit God;12)
3En alle geest, die niet belijdt, dat Jezus Christus in het vlees gekomen is, die is uit God niet; maar dit is de geest van13) den antichrist, welken geest gij gehoord hebt, dat komen zal, en is nu alrede in de wereld.
4Kinderkens, gij zijt uit God,14) en hebt hen15) overwonnen; want16) Hij is17) meerder,18) Die in u is,19) dan die in de wereld is.20)
5Zij zijn uit21) de wereld23), daarom spreken zij uit de wereld,22) en de wereld hoort hen.24)
6Wij zijn25) uit God.26) Die God kent,27) hoort ons;28) die uit God niet is, hoort ons niet. Hieruit kennen wij29) den geest der waarheid,30) en den geest der dwaling.31)
7Geliefden! Laat ons elkander liefhebben, want de liefde is uit God; en een32) iegelijk, die liefheeft, is uit God geboren,33) en kent God;34)
8Die niet liefheeft, die heeft God niet gekend; want God is liefde.35)
9Hierin is de liefde Gods jegens ons36) geopenbaard, dat God Zijn eniggeboren Zoon gezonden heeft in de wereld, opdat wij zouden37) leven door Hem.38)
10Hierin is de liefde, niet39) dat wij God liefgehad hebben,40) maar dat Hij ons lief heeft gehad,41) en Zijn Zoon gezonden heeft tot een verzoening voor onze zonden.
11Geliefden, indien God ons alzo lief heeft gehad,42) zo zijn ook wij schuldig43) elkander lief te hebben.44)
12Niemand heeft45) ooit God aanschouwd;46) indien wij elkander liefhebben, zo blijft God in47) ons, en Zijn liefde is48) in ons volmaakt.49)
13Hieraan kennen wij, dat wij in Hem blijven, en Hij in ons, omdat Hij ons50) van Zijn Geest gegeven heeft.
14En wij hebben het aanschouwd, en51) getuigen, dat de Vader Zijn Zoon gezonden heeft tot een Zaligmaker der wereld.52)
15Zo wie beleden zal hebben,53) dat Jezus de Zoon van God is, God blijft in hem,54) en hij in God.
16En wij hebben gekend en geloofd de liefde, die God tot ons heeft.55) God is liefde;56) en die in de liefde57) blijft, blijft in God, en God in hem.
17Hierin is de58) liefde bij ons volmaakt, opdat wij vrijmoedigheid mogen59) hebben in den dag des oordeels, namelijk dat gelijk Hij is,60) wij ook zijn in deze wereld.
18Er is in de liefde61) geen vrees, maar62) de volmaakte liefde63) drijft de vrees buiten;64) want de vrees heeft65) pijn, en die vreest,66) is niet volmaakt in de liefde.67)
19Wij hebben Hem lief,68) omdat Hij ons69) eerst liefgehad heeft.
20Indien iemand zegt: Ik heb God lief; en haat zijn broeder,70) die is een leugenaar;71) want die zijn broeder niet liefheeft, dien hij gezien heeft,72) hoe kan hij God73) liefhebben, Dien hij niet gezien heeft?
21En dit gebod hebben wij van Hem, namelijk dat die God liefheeft, ook zijn broeder liefhebbe.