Home Introduction Persons Geogr. Sources Events Mijn blog(Nederlands)
Religion Subjects Images Queries Links Contact Do not fly Iberia
This is a non-commercial site. Any revenues from Google ads are used to improve the site.

Custom Search
Quote of the day: There was a story that Vespasian was ins
Notes
Display Vulgate text
Display Statenvertaling
The New Testament

First letter of Paul to the Thessalonians Chapter 1
Next chapter
Return to index
Previous chapter
1 Paul, and Silvanus, and Timotheus, unto the Church of the Thessalonians which is in God the Father and in the Lord Jesus Christ : Grace be unto you, and peace, from God our Father and the Lord Jesus Christ.
2 We give thanks to God always for you all, making mention of you in our prayers;
3 Remembering without ceasing your work of faith, and labour of love, and patience of hope in our Lord Jesus Christ, in the sight of God and our Father;
4 Knowing, brethren beloved, your election of God.
5 For our gospel came not unto you in word only, but also in power, and in the Holy Ghost, and in much assurance; as ye know what manner of men we were among you for your sake.
6 And ye became followers of us, and of the Lord, having received the word in much affliction, with joy of the Holy Ghost.
7 So that ye were ensamples to all that believe in Macedonia and Achaia.
8 For from you sounded out the word of the Lord not only in Macedonia and Achaia, but also in every place your faith to God-ward is spread abroad; so that we need not to speak any thing.
9 For they themselves shew of us what manner of entering in we had unto you, and how ye turned to God from idols to serve the living and true God;
10 And to wait for his son from heaven, whom he raised from the dead, even Jesus, which delivered us from the wrath to come.

1 Thessalonicensen 1

1Paulus, en in3)gen">Silvanus1), en Timotheus, aan de Gemeente der Thessalonicensen2), welke is in God den Vader, en den Heere Jezus Christus: genade4) zij u en vrede van God, onzen Vader, en den Heere Jezus Christus.
2Wij danken God altijd5) over u allen, uwer gedachtig zijnde in onze gebeden;
3Zonder ophouden gedenkende het6) werk uws geloofs, en den arbeid der liefde, en de verdraagzaamheid der hoop op onzen Heere Jezus Christus, voor7) onzen God en Vader;
4Wetende, geliefde broeders, uw verkiezing van9) God;
5Want ons10) Evangelie is onder u niet alleen in woorden geweest, maar ook in kracht11), en in den12) Heiligen Geest, en in vele13) verzekerdheid; gelijk gij weet, hoedanigen wij onder u geweest zijn om uwentwil.
6En15) gij zijt onze14) navolgers geworden, en des Heeren, het Woord aangenomen hebbende in vele verdrukking, met blijdschap des Heiligen16) Geestes;
7Alzo dat gij voorbeelden17) geworden zijt al den gelovigen in Macedonie en Achaje.
8Want van18) u is het Woord des Heeren luidbaar geworden niet alleen in Macedonie en Achaje; maar ook in alle19) plaatsen is uw20) geloof, dat gij op God hebt, uitgegaan21), zodat wij niet van node hebben, iets22) daarvan te spreken.
9Want zij23)zelven verkondigen van ons, hoedanigen24) ingang wij tot u hebben, en hoe gij tot God bekeerd zijt van de25) afgoden, om den levenden26) en waarachtigen God te dienen;
10En Zijn Zoon uit de hemelen27) te verwachten, Denwelken Hij uit de doden verwekt heeft, namelijk Jezus, Die ons verlost28) van den toekomenden toorn29).