Home Introduction Persons Geogr. Sources Events Mijn blog(Nederlands)
Religion Subjects Images Queries Links Contact Do not fly Iberia
This is a non-commercial site. Any revenues from Google ads are used to improve the site.

Custom Search
Quote of the day: Prayers for either would be impious, vow
Notes
Display Vulgate text
Display Statenvertaling
The New Testament

First letter of Paul to the Thessalonians Chapter 4
Next chapter
Return to index
Previous chapter
1 Furthermore then we beseech you, brethren, and exhort you by the Lord Jesus , that as ye have received of us how ye ought to walk and to please God, so ye would abound more and more.
2 For ye know what commandments we gave you by the Lord Jesus.
3 For this is the will of God, even your sanctification, that ye should abstain from fornication:
4 That every one of you should know how to possess his vessel in sanctification and honour;
5 Not in the lust of concupiscence, even as the Gentiles which know not God:
6 That no man go beyond and defraud his brother in any matter: because that the Lord is the avenger of all such, as we also have forewarned you and testified.
7 For God hath not called us unto uncleanness, but unto holiness.
8 He therefore that despiseth, despiseth not man, but God, who hath also given unto us his holy Spirit
9 But as touching brotherly love ye need not that I write unto you: for ye yourselves are taught of God to love one another.
10 And indeed ye do it toward all the brethren which are in all Macedonia : but we beseech you, brethren, that ye increase more and more;
11 And that ye study to be quiet, and to do your own business, and to work with your own hands, as we commanded you;
12 That ye may walk honestly toward them that are without, and that ye may have lack of nothing.
13 But I [Note 1] would not have you to be ignorant, brethren, concerning them which are asleep, that ye sorrow not, even as others which have no hope.
14 For if we believe that Jesus died and rose again, even so them also which sleep in Jesus will God bring with him.
15 For this we say unto you by the word of the Lord, that we which are alive and remain unto the coming of the Lord shall not prevent them which are asleep.
16 For the Lord himself shall descend from heaven with a shout, with the voice of the archangel, and with the trump of God: and the dead in Christ shall rise first:
17 Then we which are alive and remain shall be caught up together with them in the clouds, to meet the Lord in the air: and so shall we ever be with the Lord.
18 Wherefore comfort one another with these words.

Note 1: I = Paul

Event: Last Judgement

1 Thessalonicensen 4

1Voorts1) dan, broeders, wij bidden en vermanen u in den Heere2) Jezus, gelijk gij van ons ontvangen3) hebt, hoe gij moet wandelen en Gode behagen, dat gij daarin meer overvloedig wordt.
2Want gij weet, wat4) bevelen wij u gegeven hebben door5) den Heere Jezus.
3Want dit is de6) wil van God, uw heiligmaking7): dat gij u onthoudt van de hoererij;
4Dat een iegelijk van u wete zijn8) vat te bezitten in heiligmaking en eer;
5Niet in kwade10) beweging der begeerlijkheid, gelijk als de heidenen, die God niet kennen11).
6Dat niemand zijn broeder vertrede12), noch bedriege13) in zijn handeling; want de Heere is een wreker over dit alles, gelijk wij u ook te voren gezegd en betuigd hebben.
7Want God heeft ons niet geroepen tot onreinigheid, maar tot heiligmaking.
8Zo dan die in17)gen">dit15) verwerpt, die verwerpt geen16) mens, maar God, Die ook Zijn Heiligen Geest in ons heeft gegeven.
9Van de broederlijke liefde nu hebt gij niet van node, dat ik u schrijve; want gijzelven zijt van God18) geleerd om elkander lief te hebben.
10Want gij doet19) ook hetzelfde aan al de broederen, die in geheel Macedonie zijn. Maar wij vermanen u, broeders, dat gij meer overvloedig wordt;
11En dat gij u benaarstigt20) stil te zijn, en uw eigen dingen te doen, en te werken met21) uw eigen handen, gelijk wij u bevolen hebben;
12Opdat gij eerlijk22) wandelt bij degenen, die23) buiten zijn, en geen24) ding van node hebt.
13Doch, broeders, ik wil niet, dat gij onwetende zijt van degenen, die ontslapen25) zijn, opdat gij niet bedroefd zijt, gelijk26) als de anderen, die geen hoop hebben.
14Want in28)dien wij geloven, dat Jezus gestorven is en opgestaan, alzo zal ook God degenen, die ontslapen zijn in Jezus, weder29) brengen met30) Hem.
15Want dat zeggen wij u door31) het Woord des Heeren, dat wij, die32) levend overblijven zullen tot de toekomst des Heeren, niet zullen voorkomen33) degenen, die ontslapen zijn.
16Want de Heere Zelf zal met een geroep34), met de stem35) des archangels36), en met de bazuin Gods nederdalen van den hemel; en die in Christus37) gestorven zijn, zullen eerst opstaan;
17Daarna wij, die levend overgebleven zijn, zullen te zamen met hen opgenomen38) worden in de wolken39), den Heere tegemoet, in de lucht40); en alzo zullen wij altijd met den Heere41) wezen.
18Zo dan, vertroost elkander met42) deze woorden.