Home Introduction Persons Geogr. Sources Events Mijn blog(Nederlands)
Religion Subjects Images Queries Links Contact Do not fly Iberia
This is a non-commercial site. Any revenues from Google ads are used to improve the site.

Custom Search
Quote of the day: As for her, careless of concealment, she
Notes
Display Vulgate text
Display Statenvertaling
The New Testament

Letter of Paul to the Colossians Chapter 4
Next chapter
Return to index
Previous chapter
1 Masters, give unto your servants that which is just and equal; knowing that ye also have a Master in heaven.
2 Continue in prayer, and watch in the same with thanksgiving;
3 Withal praying also for us, that God would open unto us a door of utterance, to speak the mystery of Christ, for which I am also in bonds:
4 That I may make it manifest, as I ought to speak.
5 Walk in wisdom toward them that are without, redeeming the time.
6 Let your speech be alway with grace, seasoned with salt, that ye may know how ye ought to answer every man.
7 All my state shall Tychicus declare unto you, who is a beloved brother, and a faithful minister and fellowservant in the Lord:
8 Whom I have sent unto you for the same purpose, that he might know your estate, and comfort your hearts;
9 With Onesimus, a faithful and beloved brother, who is one of you. They shall make known unto you all things which are done here.
10 Aristarchus my fellowprisoner saluteth you, and Marcus, sister's son to Barnabas, (touching whom ye received commandments: if he come unto you, receive him;)
11 And Jesus, which is called Justus, who are of the circumcision. These only are my fellowworkers unto the kingdom of God, which have been a comfort unto me.
12 Epaphras, who is one of you, a servant of Christ, saluteth you, always labouring fervently for you in prayers, that ye may stand perfect and complete in all the will of God.
13 For I bear him record, that he hath a great zeal for you, and them that are in Laodicea, and them in Hierapolis.
14 Luke, the beloved physician, and Demas, greet you.
15 Salute the brethren which are in Laodicea, and Nymphas, and the Church which is in his house.
16 And when this epistle is read among you, cause that it be read also in the Church of the Laodiceans; and that ye likewise read the epistle from Laodicea.
17 And say to Archippus, Take heed to the ministry which thou hast received in the Lord, that thou fulfil it.
18 The salutation by the hand of me Paul. Remember my bonds. Grace be with you. Amen.

Kolossensen 4

1Gij heren, doet uw dienstknechten recht en gelijk, wetende, dat ook gij een Heere hebt in de hemelen.
2Houdt sterk aan1) in het gebed, en waakt in hetzelve2) met dankzegging;
3Biddende meteen ook voor ons, dat God ons de deur des Woords3) opene, om te spreken de verborgenheid4) van Christus, om welke ik ook gebonden ben;5)
4Opdat ik dezelve moge openbaren, gelijk ik moet spreken.6)
5Wandelt met wijsheid7) bij degenen, die buiten zijn,8) den bekwamen tijd uitkopende.9)
6Uw woord zij te allen tijde in aangenaamheid, met zout besprengd,10) opdat gij moogt weten, hoe gij een iegelijk11) moet antwoorden.
7Al mijn zaken12) zal u bekend maken Tychikus, de geliefde broeder, en getrouwe dienaar, en mededienstknecht in de Heere;
8Denwelken ik tot hetzelfde einde tot u gezonden heb, opdat hij uw zaken wete,13) en uw harten vertrooste;14)
9Met Onesimus, den getrouwen en geliefden broeder, dewelke uit de uwen is;15) zij zullen u alles bekend maken, wat hier is.
10U groet16) Aristarchus,17) mijn medegevangene; en Markus,18) de neef van Barnabas,19) aangaande welken gij bevelen ontvangen hebt; zo hij tot u komt, ontvangt hem;20)
11En Jezus, gezegd Justus,21) welke uit de besnijdenis22) zijn; deze alleen zijn23) mijn medearbeiders in het Koninkrijk24) Gods, die mij een vertroosting geweest zijn.
12U groet Epafras, die uit de uwen is,25) een dienstknecht van Christus, te allen tijde strijdende voor u26) in de gebeden, opdat gij staan moogt volmaakt en27) volkomen28) in al den wil van God.
13Want ik geef hem getuigenis, dat hij groten ijver heeft over u en degenen, die in Laodicea29) zijn, en degenen, die in Hierapolis zijn.
14U groet Lukas,30) de medicijnmeester,31) de geliefde, en Demas.32)
15Groet de broeders, die in Laodicea zijn, en Nymfas, en de Gemeente, die in zijn huis is.33)
16En wanneer deze zendbrief van u zal gelezen zijn, maakt, dat hij ook in de gemeente34) der Laodicensen gelezen worde, en dat ook gij dien leest, die uit Laodicea geschreven35) is.
17En zegt aan Archippus:36) Zie op de bediening, die gij aangenomen hebt in de Heere,37) dat gij die vervult.38)
18De groetenis met mijn hand,39) van Paulus. Gedenkt mijn banden. De genade zij met u.40) Amen.41)