Home Introduction Persons Geogr. Sources Events Mijn blog(Nederlands)
Religion Subjects Images Queries Links Contact Do not fly Iberia
This is a non-commercial site. Any revenues from Google ads are used to improve the site.

Custom Search
Quote of the day: As for her, careless of concealment, she
Notes
Display Vulgate text
Display Statenvertaling
The New Testament

Letter of James Chapter 3
Next chapter
Return to index
Previous chapter
1 My brethren, be not many masters, knowing that we shall receive the greater condemnation.
2 For in many things we offend all. If any man offend not in word, the same is a perfect man, and able also to bridle the whole body.
3 Behold, we put bits in the horses' mouths that they may obey us; and we turn about their whole body.
4 Behold also the ships, which though they be so great, and are driven of fierce winds, yet are they turned about with a very small helm, whithersoever the governor listeth.
5 Even so the tongue is a little member, and boasteth great things. Behold, how great a matter a little fire kindleth!
6 And the tongue is a fire, a world of iniquity: so is the tongue among our members, that it defileth the whole body, and setteth on fire the course of nature; and it is set on fire of hell.
7 For every kind of beasts, and of birds, and of serpents, and of things in the sea, is tamed, and hath been tamed of mankind:
8 But the tongue can no man tame; it is an unruly evil, full of deadly poison.
9 Therewith bless we God, even the Father; and therewith curse we men, which are made after the similitude of God.
10 Out of the same mouth proceedeth blessing and cursing. My brethren, these things ought not so to be.
11 Doth a fountain send forth at the same place sweet water and bitter?
12 Can the fig tree my brethren, bear olive berries either a vine, figs so can no fountain both yield salt water and fresh.
13 Who is a wise man and endued with knowledge among you? let him shew out of a good conversation his works with meekness of wisdom.
14 But if ye have bitter envying and strife in your hearts, glory not, and lie not against the truth.
15 This wisdom descendeth not from above, but is earthly, sensual, devilish.
16 For where envying and strife is, there is confusion and every evil work.
17 But the wisdom that is from above is first pure, then peaceable, gentle, and easy to be intreated, full of mercy and good fruits, without partiality, and without hypocrisy.
18 And the fruit of righteousness is sown in peace of them that make peace.

Jakobus 3

1Zijt niet vele meesters,1) mijn broeders, wetende, dat wij te meerder2) oordeel zullen ontvangen.3)
2Want wij struikelen allen4) in vele. Indien iemand in woorden niet struikelt,5) die is een volmaakt man,6) machtig om ook het gehele lichaam7) in den toom te houden.8)
3Ziet, wij leggen den paarden9) tomen in de monden, opdat zij ons zouden gehoorzamen, en wij leiden daarmede hun gehele lichaam10) om;11)
4Ziet ook de schepen, hoewel zij zo groot zijn, en van harde winden gedreven, zij worden omgewend van een zeer klein roer, waarhenen ook de begeerte des12) stuurders wil.
5Alzo is ook de tong een klein lid, en roemt nochtans13) grote dingen. Ziet, een klein vuur,14) hoe groten hoop houts het aansteekt.15)
6De tong16) is ook een vuur,17) een wereld der18) ongerechtigheid; alzo is de tong onder onze leden gesteld, welke het gehele lichaam besmet, en19) ontsteekt20) het rad onzer21) geboorte, en wordt ontstoken22) van de hel.23)
7Want alle natuur, beide24) der wilde dieren en der vogelen, beide der kruipende en der zeedieren, wordt getemd en is getemd25) geweest van de menselijke natuur.
8Maar de tong kan geen mens26) temmen; zij is27) een onbedwingelijk kwaad, vol van dodelijk venijn.28)
9Door haar loven29) wij God en den Vader,30) en door haar vervloeken wij de mensen, die naar de gelijkenis van God gemaakt zijn.
10Uit denzelfden mond komt voort zegening en vervloeking. Dit moet, mijn31) broeders, alzo niet geschieden.
11Welt ook een fontein uit een zelfde32) ader het zoet en het bitter?33)
12Kan ook, mijn broeders, een vijgeboom olijven34) voortbrengen,35) of een wijnstok vijgen?36) Alzo kan geen37) fontein zout en zoet water voortbrengen.
13Wie is wijs en38) verstandig onder u? die bewijze uit zijn goeden wandel39) zijn werken in40) zachtmoedige wijsheid.41)
14Maar indien gij bitteren nijd en twistgierigheid42) hebt in uw hart, zo roemt en43) liegt niet44) tegen de waarheid.45)
15Deze is de wijsheid niet, die van boven46) afkomt, maar is aards,47) natuurlijk48), duivels.49)
16Want waar nijd en twistgierigheid is, aldaar is verwarring en alle boze handel.
17Maar de wijsheid, die van boven is, die is ten eerste zuiver, daarna vreedzaam,50) bescheiden,51) gezeggelijk,52) vol van barmhartigheid en van goede vruchten, niet partijdig53) oordelende, en ongeveinsd.
18En de vrucht der54) rechtvaardigheid wordt in vrede55) gezaaid voor degenen,56) die vrede maken.57)