Home Introduction Persons Geogr. Sources Events Mijn blog(Nederlands)
Religion Subjects Images Queries Links Contact Do not fly Iberia
This is a non-commercial site. Any revenues from Google ads are used to improve the site.

Custom Search
Quote of the day: Poppaea died from a casual outburst of r
Notes
Display Vulgate text
Display Statenvertaling
The New Testament

Letter of Paul to the Philippians Chapter 3
Next chapter
Return to index
Previous chapter

1 Finally, my brethren rejoice in the Lord. To write the same things to you, to me indeed is not grievous, but for you it is safe.
2 Beware of dogs, beware of evil workers, beware of the concision.
3 For we are the circumcision, which worship God the spirit, and rejoice in Christ Jesus, and have no confidence in the flesh.
4 Though I [Note 1] might also have confidence in the flesh. If any other man thinketh that he hath whereof he might trust in the flesh, I more:
5 Circumcised the eighth day, of the stock of Israel, of the tribe of Benjamin, an Hebrew of the Hebrews; as touching the law, a Pharisee;
6 Concerning zeal, persecuting the Church; touching the righteousness which is in the law, blameless.
7 But what things were gain to me, those I counted loss for Christ.
8 Yea doubtless, and I count all things but loss for the excellency of the knowledge of Christ Jesus my Lord: for whom I have suffered the loss of all things, and do count them but dung, that I may win Christ,
9 And be found in him, not having mine own righteousness, which is of the law, but that which is through the faith of Christ, the righteousness which is of God by faith:
10 That I may know him, and the power of his resurrection, and the fellowship of his sufferings, being made conformable unto his death;
11 If by any means I might attain unto the resurrection of the dead.
12 Not as though I had already attained, either were already perfect: but I follow after, if that I may apprehend that for which also I am apprehended of Christ Jesus.
13 Brethren, I count not myself to have apprehended: but this one thing I do, forgetting those things which are behind, and reaching forth unto those things which are before,
14 I press toward the mark for the prize of the high calling of God in Christ Jesus.
15 Let us therefore, as many as be perfect, be thus minded: and if in any thing ye be otherwise minded, God shall reveal even this unto you.
16 Nevertheless, whereto we have already attained, let us walk by the same rule, let us mind the same thing.
17 Brethren, be followers together of me, and mark them which walk so as ye have us for an ensample.
18 (For many walk, of whom I have told you often, and now tell you even weeping, that they are the enemies of the cross of Christ:
19 Whose end is destruction, whose God is their belly, and whose glory is in their shame, who mind earthly things.)
20 For our conversation is in heaven; from whence also we look for the Saviour, the Lord Jesus Christ:
21 Who shall change our vile body, that it may be fashioned like unto his glorious body, according to the working whereby he is able even to subdue all things unto himself.

Note 1: I = Paul

Filippensen 3

1Voorts, mijn broeders, verblijdt u in den Heere.1) Dezelfde dingen2) aan u te schrijven, is mij niet verdrietig,3) en het is u zeker.4)
2Ziet op de honden,5) ziet op de kwade arbeiders,6) ziet op de versnijding.7)
3Want wij zijn8) de besnijding,9) wij, die God in den Geest dienen,10) en in Christus11) Jezus roemen, en niet in het vlees betrouwen.12)
4Hoewel ik heb,13) dat ik ook in het vlees betrouwen mocht; indien iemand anders14) meent te betrouwen in het vlees, ik nog meer;15)
5Besneden ten16) achtsten dage, uit het geslacht van Israel, van den stam van Benjamin, een Hebreer uit de Hebreen, naar de wet17) een Farizeer;
6Naar den ijver18) een vervolger der Gemeente;19) naar de rechtvaardigheid, die in de wet is,20) zijnde onberispelijk.21)
7Maar hetgeen mij gewin was,22) dat heb ik om Christus' wil schade geacht.23)
8Ja, gewisselijk, ik acht ook24) alle dingen25) schade te zijn, om de uitnemendheid der kennis26) van Christus Jezus, mijn Heere; om Wiens wil ik al die dingen27) schade gerekend heb, en acht die drek te zijn,28) opdat ik Christus moge gewinnen.29)
9En in Hem30) gevonden worde,31) niet hebbende32) mijn rechtvaardigheid, die uit de wet33) is, maar die door het geloof34) van Christus is, namelijk de rechtvaardigheid,35) die uit God is36) door het geloof;37)
10Opdat ik38) Hem39) kenne, en40) de kracht Zijner41) opstanding, en de gemeenschap Zijns42) lijdens, Zijn dood43) gelijkvormig wordende;
11Of ik enigszins44) moge komen tot de wederopstanding45) der doden.
12Niet dat ik het alrede gekregen46) heb, of alrede volmaakt ben;47) maar ik jaag er naar,48) of ik het ook49) grijpen mocht, waartoe50) ik van Christus51) Jezus ook gegrepen ben.
13Broeders, ik acht niet,52) dat ik zelf het gegrepen heb.
14Maar een ding doe ik,53) vergetende, hetgeen54) achter is,55) en strekkende mij56) tot hetgeen voor57) is, jaag ik58) naar het wit,59) tot den prijs60) der roeping Gods,61) die van boven is62) in Christus Jezus.63)
15Zovelen dan als wij volmaakt zijn,64) laat ons dit gevoelen;65) en indien gij iets anderszins66) gevoelt, ook dat zal u God67) openbaren.
16Doch, daar wij toe68) gekomen zijn, laat ons daarin naar denzelfden regel69) wandelen, laat ons hetzelfde gevoelen.
17Weest mede70) mijn navolgers,71) broeders, en merkt op degenen, die alzo wandelen,72) gelijk gij ons tot een voorbeeld hebt.
18Want velen wandelen73) anders; van dewelken ik u dikmaals gezegd74) heb, en nu ook75) wenende zeg,76) dat zij vijanden des77) kruises van Christus zijn;
19Welker einde78) is het verderf, welker God is de buik,79) en welker heerlijkheid80) is in hun schande,81) dewelken aardse dingen82) bedenken.83)
20Maar onze wandel84) is in de hemelen,85) waaruit wij86) ook den Zaligmaker verwachten,87) namelijk den Heere Jezus Christus;
21Die ons vernederd lichaam88) veranderen zal,89) opdat hetzelve gelijkvormig worde90) aan Zijn heerlijk lichaam,91) naar de werking,92) waardoor Hij ook alle dingen Zichzelven kan onderwerpen.