Home Introduction Persons Geogr. Sources Events Mijn blog(Nederlands)
Religion Subjects Images Queries Links Contact Do not fly Iberia
This is a non-commercial site. Any revenues from Google ads are used to improve the site.

Custom Search
Quote of the day: Civilis had also thrown a dam obliquely
Notes
Display Vulgate text
Display Statenvertaling
The New Testament

Revelations Chapter 22
Return to index
Previous chapter
1 And he shewed me a pure river of water of life, clear as crystal, proceeding out of the throne of God and of the Lamb.
2 In the midst of the treet of it, and on either side of the river, was there the tree of life, which bare twelve manner of fruits, and yielded her fruit every month: and the leaves of the tree were for the healing of the nations.
3 And there shall be no more curse: but the throne of God and of the Lamb shall be in it; and his servants shall serve him:
4 And they shall see his face; and his name shall be in their foreheads.
5 And there shall be no night there; and they need no candle, neither light of the sun; for the Lord God giveth them light: and they shall reign for ever and ever.
6 And he said unto me, These sayings are faithful and true: and the Lord God of the holy prophets sent his angel to shew unto his servants the things which must shortly be done.
7 Behold, I come quickly: blessed is he that keepeth the sayings of the prophecy of this book.
8 And I John saw these things, and heard them. And when I had heard and seen, I fell down to worship before the feet of the angel which shewed me these things.
9 Then saith he unto me, See thou do it not: for I am thy fellowservant, and of thy brethren the prophets, and of them which keep the sayings of this book: worship God.
10 And he saith unto me, Seal not the sayings of the prophecy of this book: for the time is at hand.
11 He that is unjust, let him be unjust still: and he which is filthy, let him be filthy still: and he that is righteous, let him be righteous still: and he that is holy, let him be holy still.
12 And, behold, I come quickly; and my reward is with me, to give every man according as his work shall be.
13 I am Alpha and Omega, the beginning and the end, the first and the last.
14 Blessed are they that do his commandments, that they may have right to the tree of life, and may enter in through the gates into the city.
15 For without are dogs, and sorcerers, and whoremongers, and murderers, and idolaters, and whosoever loveth and maketh a lie.
16 I Jesus have sent mine angel to testify unto you these things in the Churches. I am the root and the offspring of David, and the bright and morning star.
17 And the Spirit and the bride say, Come. And let him that heareth say, Come. And let him that is athirst come. And whosoever will, let him take the water of life freely.
18 For I testify unto every man that heareth the words of the prophecy of this book, If any man shall add unto these things, God shall add unto him the plagues that are written in this book:
19 And if any man shall take away from the words of the book of this prophecy, God shall take away his part out of the book of life, and out of the holy city, and from the things which are written in this book.
20 He which testifieth these things saith, Surely I come quickly. Amen. Even so, come, Lord Jesus.
21 The grace of our Lord Jesus Christ be with you all. Amen.

Openbaring 22

1En hij toonde mij een zuivere rivier1) van het water des levens, klaar als kristal, voortkomende uit den troon2) Gods, en des Lams.
2In het midden van haar straat en3) op de ene en4) de andere zijde der rivier was de boom des levens,5) voortbrengende twaalf vruchten,6) van maand tot maand gevende zijne vrucht; en de bladeren des7) booms waren tot genezing der heidenen.8)
3En geen vervloeking9) zal er meer tegen iemand zijn; en de troon Gods en10) des Lams zal daarin zijn, en Zijn dienstknechten11) zullen Hem dienen;12)
4En zullen Zijn aangezicht13) zien, en Zijn Naam zal14) op hun voorhoofden zijn.
5En aldaar zal geen15) nacht zijn, en zij zullen geen kaars noch licht der zon van node hebben; want de Heere God verlicht hen; en zij zullen als16) koningen heersen in alle eeuwigheid.17)
6En hij zeide tot18) mij: Deze woorden zijn19) getrouw en waarachtig; en de Heere, de God der20) heilige profeten, heeft Zijn engel gezonden,21) om Zijn dienstknechten te tonen, hetgeen haast moet geschieden.22)
7Zie, Ik kom haastiglijk zalig is hij, die de woorden der profetie dezes boeks bewaart.24)
8En ik, Johannes,25) ben degene, die deze dingen gezien en gehoord heb. En toen ik ze gehoord en gezien had, viel ik neder26) om aan te bidden voor de voeten des engels, die mij deze dingen toonde.
9En hij zeide tot mij: Zie, dat gij het niet doet; want ik ben uw mededienstknecht, en uwer broederen, der profeten, en dergenen, die de woorden dezes boeks bewaren; aanbid God.
10En hij zeide tot mij: Verzegel de27) woorden der profetie dezes boeks niet; want de tijd is nabij.
11Die onrecht doet,28) dat hij nog onrecht doe; en die vuil is, dat hij nog vuil worde; en die rechtvaardig is, dat hij nog gerechtvaardigd29) worde; en die heilig is, dat hij nog geheiligd worde.
12En zie, Ik kom haastiglijk en Mijn loon is met Mij, om een iegelijk te vergelden, gelijk zijn werk31) zal zijn.
13Ik ben de Alfa, en de Omega, het Begin en het Einde; de Eerste en de Laatste.
14Zalig zijn zij, die Zijn geboden doen, opdat hun macht zij32) aan den boom des levens, en zij door de poorten mogen ingaan in de stad.33)
15Maar buiten zullen zijn34) de honden,35) en de tovenaars,36) en de hoereerders, en de doodslagers, en de afgodendienaars, en een iegelijk, die de leugen liefheeft,37) en doet.
16Ik, Jezus, heb Mijn engel gezonden om ulieden deze38) dingen te getuigen in de Gemeenten. Ik ben de Wortel en39) het geslacht Davids, de blinkende Morgenster.40)
17En de Geest en41) de Bruid zeggen:42) Kom! En die het hoort,43) zegge: Kom! En die dorst heeft,44) kome; en die wil,45) neme het water46) des levens om niet.47)
18Want ik betuig aan een iegelijk, die de woorden der profetie dezes boeks hoort: Indien iemand tot deze dingen toedoet, God zal hem toedoen de plagen, die in dit boek geschreven zijn.
19En indien iemand afdoet van de woorden des boeks dezer profetie, God zal zijn deel afdoen49) uit het boek des levens, en uit de heilige stad,50) en uit hetgeen in dit boek geschreven is.
20Die deze dingen51) getuigt, zegt: Ja, Ik kom haastiglijk. Amen. Ja, kom, Heere Jezus!52)
21De genade van onzen53) Heere Jezus Christus zij met u allen. Amen.54)